Koffieticje 4
koffie: de vruchtpitten van de koffieplant, koffiebonen, al of niet reeds geroosterd, bereid door gemalen koffiebonen (in een filter) met kokend water te overgieten;
koffie verkeerd: warme melk met een scheutje koffie;
'dat is andere koffie': dat is heel wat beters;
koffiearoma: naam van een bepaalde stof die ter verbetering van het aroma aan koffie wordt toegevoegd;
koffieboon: vruchtenpit van de koffieboom: gebrande, groene (ongebrande) koffiebonen;
koffiebroodje: met amandelspijs, banketbakkersroom gevuld klein broodje;
koffiedik: bezinksel van getrokken koffie;
'koffiedik kijken': waarzeggen uit koffiedik;
'zo helder als koffiedik': duister, onbegrijpelijk;
koffiehuis: in 1659 werd het eerste koffiehuis te Marseille geopend;
koffiejuffrouw: juffrouw die koffie schenkt in grote kantoren, in kantines;
koffiekransje: kring bijeenkomst van dames die bij elkaar koffie drinken;
koffieleut: iemand die graag en veel koffie drinkt;
koffieloodje: maat om de hoeveelheid koffie voor een zetsel in af te passen;
koffiemama: schaduwboom op een koffieplantage die voor stikstof in de bodem zorg;
koffierat: een in geheel O-Indië voorkomende soort civetkat, die buiten zijn gewone menu van insecten, kleine zoogdieren, vogels en eieren, ook rijpe koffievruchten eet;
koffietafel: tafel met benodigdheden om koffie te drinken;
koffievos: koffiekleurig vospaard.
























