De stad heet officieel kortweg Santiago, maar er zijn nog veel meer steden die zo heten. De gebruikelijke naam 'Santiago de Compostela' kan worden vertaald als: 'Santiago, bijgenaamd Compostela'. Die bijnaam komt misschien van Campus Stellae (Sterrenveld) en verwijst naar de ster die, volgens de overlevering, het gebeente van Jakobus op deze plaats heeft aangewezen. Vooral pelgrims maken graag gebruik van de naam Compostela. De naam van het nabijgelegen dorp Lavacolla, waar ook het vliegveld ligt, kan worden uitgelegd als: de kleren wassen of zich wassen. Hier wasten de pelgrims zich in de rivier, voordat ze de heilige stad binnengingen.

Het bedevaartsoord Santiago de Compostela is een van de belangrijkste christelijke bedevaartsoorden. Pelgrims uit heel Europa eindigen hier hun voet- of fietstocht. Deze voet- of fietstocht noemt men de Camino de Santiago (De weg naar Santiago). De pelgrims op weg naar Santiago zijn herkenbaar aan de Sint Jacobsschelp, het teken van de heilige Jacob. De schelp heet in het Latijn
Pecten jacobaeus, in het Duits
Pilgermuschel (pelgrimsmossel) of
Jakobsmuschel en in het Frans
coquille Saint Jacques. De schelp wordt gedragen met de sluiting naar boven (in tegenstelling tot de schelp van oliemaatschappij Shell). Dit dier wordt langs de Galicische kust gekweekt (de kwekers zeggen niet precies waar, om diefstal te voorkomen) en is onder de naam
vieira in de Galicische restaurants een gewilde delicatesse. De weg naar Santiago (in het Spaans ook wel 'el camino'; de weg genoemd) kent veel van deze tradities. Zo laten pelgrims een van huis meegenomen steen achter bij Cruz de Ferro waarmee ze symbolisch hun zonden van zich afleggen en (letterlijk) verlicht hun weg vervolgen...
Ontleend aan: KLIK HIER