kinderen

Iemand laten stikken [barsten].
Iemand niet helpen.
De bot vergallen.
De zaak verknallen.
Hij is een lulletje rozenwater.
Hij is een saai en braaf persoon.
Een kinderhand is gauw gevuld.
Kinderen zijn vaak al met iets kleins tevreden.
Zij heeft een buik vol benen.
Zij is zwanger.
Daar men voor scheep komt moet men voor varen.
Als je eenmaal meedoet kun je je niet meer terugtrekken.





















