bijdehand

Het werk wel overleid is half voltrokken.
Door de dingen van te voren goed te overleggen vlot het werk beter.
Iemand in een glazen doosje zetten.
Iemand veel medicijnen laten slikken.
Hij kreeg een rolberoerte.
Hij schrok heel erg.
De dans ontspringen.
Het gevaar net hebben kunnen ontlopen.
Hij is zo vlug als water.
Hij is erg bijdehand.

















