sigaret

Een goede vrouw is zonder hoofd.
Een goede vrouw heeft geen eigenaardigheden.
Het fortuin lacht hem toe.
Het zit hem erg mee.
Dat is van de vrachtwagen gevallen.
Dat is gestolen goed.
Hij eet met de tien geboden.
Hij eet met zijn vingers.
Hij heeft de fles de nek gebroken.
Hij heeft flink wat drank op.
Teer zuigen.
Een sigaret roken.





















