schoon

het huwelijk is geboren.
Het is een zieltje zonder zorg.
Wat is ‘t vooruitzicht schoon.
Wat ziet de gedekte tafel er goed uit.
Hij wordt rood tot in het har.
Hij bloost.
Twee joden weten wat een bril kost.
Zij spannen samen.
Wie de koe toekomt vat hem bij de horens.
Je moet je eigen zaken regelen.





















