ogen

Borgen brengt zorgen.
Als je alles op krediet koopt heb je later moeite met betalen.
Hij maakt veel wind.
Hij schept op.
Hij zwemt in het geld.
Hij heeft heel veel geld.
Zijn ogen de kost geven.
Goed rondkijken.
Huisarrest hebben.
Als straf niet het huis uit mogen.





















