vrouw

Iemand de pas afsnijden.
Iemand in zijn voortgang belemmeren.
Het is een bezoeking.
Het is een niet te voorkomen ramp.
Een valse Judas.
Een verrader.
Een gekke Griet.
Een vrouw met vreemde gewoontes en gedragingen.
De muts staat hem verkeerd.
Hij heeft een slecht humeur.





















