huwelijk

Hij houdt van de fles.
Hij drinkt graag.
Hij zit in de piepzak.
Hij zit in angst.
Zijn handel en wandel nagaan.
Zijn wijze van leven nagaan.
Hij klaagt de stenen uit de grond.
Hij klaagt heel erg.
Een vrouw valt in het huwelijk vaak tegen.
Voor het kraaien van de haan.


















