bal

Iemands bed schenden.
Overspel plegen.
Hij geeft daar de toon aan.
Hij geeft daar de instructies.
Er is niets nieuws onder de zon.
Het is allemaal nog hetzelfde gebleven.
Zij heeft de wereld verlaten.
Zij is in het klooster gegaan.
Zij hebben ‘t geld niet maar ‘t geld heeft hen.
Zij zijn gierig.
Elkaar de bal toespelen.
Elkaar helpen.





















