hond

Hij zet een gezicht als drie dagen slecht weer.
Hij is erg kwaad.
Hij heeft een stuk in zijn raap.
Hij heeft teveel gedronken.
Iemand afzouten.
Iemand zijn deel niet geven maar met een kleinigheid wegsturen.
Zich in allerlei bochten wringen.
Er op allerlei mogelijke manieren onderuit proberen te komen.
De hond in de pot vinden.
Je wilt eten maar het eten is al door anderen opgegeten.















