vlees
Hij heeft schotsen in zijn keel.
Hij heeft last van een verkoudheid.
Hij heeft het vlees liever dan de botten.
Hij kiest wat hem uitkomt.
Dat is in een veeg gebeurd.
Dat is zo gebeurd.
Hij is uit de luizen gekomen.
Hij is uit de problemen geraakt.
Werken als een galeislaaf.
Heel hard werken.
Hij is kort van begrip.
Hij is niet zo slim.















