eed

Zij heeft de kat aan de kaas laten komen.
Zij is in verwachting geraakt.
Hij brengt zijn eieren goed naar de markt.
Hij is met een welgestelde vrouw getrouwd.
Een eed met boter bezegeld.
Een belofte die men snel vergeet.
Hij leeft als een lam.
Hij maakt met niemand ruzie.
Het dunkt elke uil dat zijn jong een valke is.
Iedereen vindt zijn eigen werk / kind het best.














