weg

De weg loopt langs de deur.
Niemand weet wie de schuldige is.
Iemand voor de voeten spuwen.
Iemand beledigen.
Ergens naar snakken.
Ergens erg naar verlangen.
Er is met hem rooi te schieten.
Je kunt niets met hem beginnen.
Iemand brandmerken.
Iemand in het openbaar met bewijzen van iets illegaals beschuldigen.



















