raaf

Een witte raaf.
Een grote (positieve) uitzondering.
Hij valt met zijn neus [achterste] [gat] in de boter.
Hij heeft een onverwachte meevaller.
Krakende wagens lopen [rijden] het langst.
Mensen die veel over hun kwalen klagen worden vaak heel oud.
Hij heeft de schaamschoenen uitgetrokken.
Hij schaamt zich nergens meer voor.
Daar is de lens uit de wagen.
Daar is het verkeerd gegaan.















