kin

Een kale kin is gauw geschoren.
Als er niets te halen valt ben je snel klaar.
De tong raakt los.
Hij gaat praten.
kam van een haan.
Een hap en een snap.
Hij zit met zijn gat naar de preekstoel.
Hij heeft iemand de rug toegekeerd.
Dat ging buiten zijn rekening.
Dat was een andere afloop dan hij voor ogen had.


















