Holland

Iemand paaien.
Iemand onderweg tegenkomen en daarmee een gesprekje voere
Onder de dekmantel van vroomheid.
Schijnheilig zijn; iets verbergen.
Zijn glas kuisen.
Zijn drankje opdrinken.
Hij kent het als het a-b-c
Hij weet er alles vanaf.
Hij heeft een Hollands hart.
Hij houdt van Holland.



















