sleutel

Hij is er de man niet naar.
Hij doet zoiets niet.
Geld is een sleutel die op alle sloten past.
Met geld krijg je alles voor elkaar.
Zo zuur als azijn.
Heel erg zuur.
In het gareel lopen.
Precies zo doen als de anderen.
Hij is zandruiter.
Hij heeft zijn geld en/of goede baan verloren.
Hij is zeker van zijn stuk.
Hij is er zeker van.

















