klaploper
Een knijpbriefje afvaardigen.
Naar het toilet gaan.
Iemand mat zetten.
Iemand de mond snoeren.
Het is een onbekookt plan.
Daar is niet goed over nagedacht.
Geld in het water gooien.
Geld verkwisten.
Des duivels prentenboek.
Het kaartspel.
Een klaploper.
Iemand die van andermans geld leeft.



















