rein

Hij is een raddraaier.
Hij is een oproerkraaier.
Hij past goed op zijn dubbeltjes.
Hij is geen vrek maar let wel goed op zijn bestedingen.
Het komt mijn strot uit.
Ik heb er genoeg van! Het komt op als kakken.
Het is niet veel soeps.
Het is niet zo goed.
Een zeer oog kan het licht niet verdragen.
Degene die geen rein geweten heeft is bang voor het onderzoek.


















