tang

De deur staat wagenwijd open.
De deur staat helemaal open.
Hij is zo wijs als een os die in de bijbel keek.
Hij doet of hij veel weet maar hij weet er juist weinig van.
Men zou haar met geen tang aanvatten.
Zij is een hele vieze vrouw.
Dominees en kosters werken niet echt.
Donderbuien zuiveren de lucht.
Hij sloeg de plank [paal] mis.
Hij had het verkeerd.


















