kind

Er is klei aan de knikker.
Er klopt daar iets niet.
Dat is koeterwaals.
Dat is kromme kindertaal.
Het is een verschil als tussen kussen en geselen.
Het is een groot verschil.
Zij lieten zich niet onbetuigd.
Zij aten flink mee.
Hij is een kind van Naboth.
Hij heeft wel het postuur van een volwassene maar niet het verstand en gedrag van een



















