pap

Zulke meester zulke knecht.
Je gedraagd je zoals je bent opgevoed.
Hij voelt nattigheid.
Hij bemerkt dat er iets niet goed is.
Hij heeft een beurs met vlooien.
Hij is niet rustig.
Een bruin leven.
Een goed leven.
Hij is het zout in de pap [zoepenbrij] niet waard.
Het is een nietsnut.

















