blauwbekken

Menige zak wordt toegebonden die niet vol is.
Veel mensen hebben niet veel te eten.
Hij hangt de gebraden haan uit.
Hij is een opschepper.
Dood gaan we allemaal.
Uiteindelijk gaat iedereen een keer dood.
Die kerel is het doodschieten nog niet waard.
Dat is een slechte man.
Ik sta hier te blauwbekken.
Ik heb het ontzettend koud.



















