boontje

Het zijn twee handen op één buik.
Zij spannen samen.
Hij is een mannetjesputter.
Hij is een stevige stoere kerel die voor niemand bang is.
Boontje komt om zijn loontje.
Je wordt gestraft voor je slechte daden.
Een open deur intrappen.
Iets zeggen wat een ieder had kunnen vertellen.
Hij heeft de klem in de mond.
Hij weet niet wat te zeggen.




















