lepelzucht

Hij heeft last van lepelzucht.
Hij heeft honger.
Zijn kruid droog houden.
Hij doet nog niks maar zorgt er voor dat alles gereed is voor de strijd.
Het is daar altijd elf ogen.
Er is daar altijd onenigheid.
Het is haat en nijd tussen hen.
Zij hebben een hekel aan elkaar.
Hij is een Don Juan.
Hij is een vrouwenversierder.
















