hond

Hij werd ontvangen als een hond in een kegelspel.
Hij werd niet goed ontvangen Hij werd zo rood als een kalkoense haan.
De koe bij de horens grijpen.
De zaak aanpakken.
De vlag strijken.
Zich gewonnen geven.
Zo grijs als een duif.
Erg grijs.
Hij is brandhout voor de hel.
Hij is een heel slecht mens.

















