persoon

Het is een mager scharminkel.
Het is een lelijk mager persoon.
De eer aan zichzelf houden.
Voordat een ander je De eerste klap is een daalder waard.
Kwade gezelschappen bederven goede zeden.
Als je met slechte mensen omgaat neem je hun slechte eigenschappen gemakkelijk over.
Hij is bevorderd tot heerlijkheid.
Hij is gestorven.
Dat is bezijden de waarheid.
Dat is niet waar.


















