olievat
Voor het kraaien van de haan.
Heel erg vroeg in de morgen.
Het is te vinden als een naald in een voer hooi.
Het is onvindbaar.
Hij maakt van het geld zijn afgod.
Hij leeft voor het geld.
Hij kijkt de paarden in het gat.
Hij werkt bij de boer.
Uit een olievat zal men geen wijn tappen.
Van slechte mensen valt niet veel goeds te verwachten.
De molen is door de vang.
De zaak is verloren.












