strijk
Zijn macht is gefnuikt.
Hij heeft behoorlijk wat van zijn macht verloren.
Hij blijft in zijn kot.
Hij blijft rustig.
Hij heeft last van het appelmannetje.
Hij heeft buikpijn doordat hij teveel appels heeft gegeten
Het een stuivertje op het ander bouwt het huis.
Door gestaag te sparen krijg je ongemerkt steeds meer
Ik spring uit mijn vel.
Ik ben woest.
Strijk en strop krijgen.
Naast een voordeel ook een tegenvaller krijgen.









