lui

Eten als een wolf.
Veel eten.
Elk kind brengt duizend gulden mee.
Voor kinderen is altijd geld beschikbaar.
Hij is liever lui dan moe.
Hij werkt niet graag.
Een haspel van een mens.
Een kluns.
Als ik mijn haar verlies draag ik een pruik.
Je moet je niet teveel zorgen maken.












