wind
Hij maakt veel wind.
Hij schept op.
Komen die tijden komen die plagen.
Je moet niet vooraf klagen maar pas klagen als je echt in de problemen zit.
De vlam moet binnen het dak blijven.
Je moet vervelende familie-kwesties binnen de familie houden.
Hij heeft veel letters gegeten.
Hij heeft veel gelezen.
Hij heeft er tachtig van.
Hij heeft er voldoende van.








