koek
Hij heeft de kleren aan.
Hij is een geestelijke.
Iemand op het leer zitten.
Iemand in de gaten houden opdat hij doet wat hij moet doen.
Ergens op hameren.
Ergens nadrukkelijk op wijzen.
Hij is met zijn gezicht in de erwten gevallen.
Hij heeft een pokdalig gezicht.
Ieder bakt zijn koek zoals hij hem eten wilt.
Iedereen heeft zijn eigen manier om dingen te doen.








