brood

Iemand het brood uit de mond stoten.
Iemand werkloos maken.
Die in de wijngaard werkt mag van de druiven eten.
Je moet kunnen leven van het beroep dat je uitoefent.
Kleine geschenken onderhouden de vriendschap.
Als je elkaar van tijd tot tijd iets geeft blijf je vrienden.
Bont om de arm dun in de darm.
je moet niet al je geld besteden aan kleding je moet ook gezond eten.






















