Perspectief weetjes 9

Vandaag wil ik de twee uiterste standpunten van de vorige dagen nog eens samenvoegen namelijk 1,80 m (begane grond) en en 6,30 meter (boven een normaal huis). Je kan je natuurlijk afvragen waarom deze verschillende hoogteverschillen? Deze specifieke hoogten heb ik gekozen om twee redenen: ten eerste zijn de drie laagste steeds met een verschil van een staande persoon van ongeveer 1,8 meter gekozen en het laatste standpunt is een zittende persoon van 1,8 waardoor de horizon met 0,90 meter verhoogt.
Wat heb ik nu met deze vier standpunten willen aantonen?
In de eerste plaats is dit omdat enige kennis van perspectief zeer interressant en mischien wel noodzakelijk is als je iet of wat natuur getrouw wilt schilderen
- ten tweede dat de basiskennis van perspectief berust op enkel regels die je steeds goed moet onthouden. Deze basisregels zijn in volgorde dat: alle vertikale lijnen vertikaal blijven, bepaal steeds je horizon alvorens je begint met tekenen, alle evenwijdige lijnen boven de horizon lopen naar beneden naar een verdwijnpunt in de horizon en alle horizontale lijnen onder de horizon lopen steeds naar boven naar een verdwijnpunt in de horizon.
- tenslotte is er ook nog de bedenking dat niet alle standpunten die je tekent volgens de regels van het perspectief even natuurlijk overkomen op de toeschouwer. Dit om de eenvoudige reden dat niet alle standpunten even frequent voorkomen in het dagelijks leven.
Ik hoop dat ik door deze reeks van perspectiefweetjes met voorbeelden weer enkele mensen iets heb bijgebracht. Namelijk dat schilderen niet altijd maar wat aankliederen (vergeef me de uitdrukking) is maar ook belang heeft aan sommige ellementaire regels.
Morgen wil ik een pastelschilderij bespreken waar ook enkele interressante perspectiefweetjes zitten.












