INTERVIEW MET EUPHRASIE VANSLYCKEN

Euphrasie Verslycken, naastenliefde is mijn drijfveer
Euphrasie Verslycken komt uit een warm gezin waar naastenliefde een levenshouding was. Er zijn voor de medemens, is de rode draad door haar leven. Ze was vrijwilligster voor Tele-Onthaal, CM-ziekenzorg en in een lokaal dienstencentrum. Momenteel is ze communiedrager en soms lector in Jan Palfijn en al 42 jaar vrijwilligster in AZ St-Lucas. Blij om haar verhaal met jullie te delen.
Kennismaking
Euphrasie (78) groeide op in Kerkbrugge (Evergem) in een gezin met elf kinderen en twee schatten van ouders.
“Ik was de jongste. Ik heb een zeer gelukkige kindertijd en een enorm aangename jeugd gehad. Er heerste een gevoel van gezelligheid en eenvoud en we hadden een hechte band. Ik ga nog regelmatig naar het kerkhof om mijn ouders te danken voor die basis. Hun deur stond ook altijd open voor anderen. Die warmte en de zorg voor de medemens heb ik opgepikt in mijn eigen leven. Ik ben dan ook al jong met vrijwilligerswerk begonnen.
Ik heb drie kinderen, een zoon en twee dochters. Het maakt me gelukkig dat zij de waarden van naastenliefde en rechtvaardigheid hebben overgenomen. Ondertussen zijn er ook al zes kleinkinderen en drie achterkleinkinderen. Na een ongelukkig huwelijk ben ik op latere leeftijd gescheiden. Ik woon nog altijd in Kerkbrugge.”
Gekozen voor AZ Sint-Lucas
“De jaren zeventig werden gekenmerkt door individualisering. ‘Ikke, ikke en de rest kan stikken’, tegen die onverschilligheid wou ik reageren. Anno 1975, zo’n 42 jaar geleden, las ik in het parochieblad ‘Kerk en Leven’ een vacature ‘vrijwilligers gezocht voor de opstart van de ziekenhuisbibliotheek H. Familie’. Ik nam contact en werd uitgenodigd bij zuster Leen Van Steenkiste voor een intakegesprek. Wat me in het voorstel vooral aansprak was dat de gepresteerde uren van de belangeloze inzet werden gespendeerd aan mini-projecten op verre continenten. Op mijn parochie was er toen een gezin waarvan 3 kinderen in de ontwikkelingslanden werkten, 2 als kloosterzuster en 1 als priester. Onder meer voor hen heb ik een aantal mini-projecten aangevraagd, die trouwens – tot mijn en hun tevredenheid - allemaal werden aanvaard.”
De ziekenhuisbibliotheek loopt op wieltjes
“Ik ben fier te kunnen zeggen dat ik aan de wieg heb gestaan van onze ziekenhuisbibliotheek. Ik volgde eerst een stage in UZ Gent. Daar was de bib in handen van ‘les dames du Croix Rouge’. Zij hadden al enkele jaren ervaring. Ik kreeg van hen een positieve evaluatie.
Ik was toen midden de dertig, mama van drie kinderen en ik werkte nog. Maar op woensdagmiddag maakte ik me vrij om de boekentoer te doen met mijn collega’s. Toen konden we nog op een dag met drie karren het hele ziekenhuis bevoorraden. Op vrijdag was er wel nog een kleine ronde voor patiënten die na woensdag binnenkwamen. Jaren hebben wij met ons team (10-tal mensen) de bibliotheek draaiende gehouden. Zij zijn allemaal overleden, ik ben de enige die overblijft. Ik denk met genoegen aan hen terug. Wij hadden een warme vriendschap onder elkaar en gingen na onze toer vaak samen nog iets drinken.
Het ziekenhuis groeide en dus werd het team uitgebreid en werden de toeren gereorganiseerd. Nu telt het bibteam 13 vrijwilligers en wordt drie namiddagen per week rondgegaan met boeken. Ook het gamma boeken verruimde. En de laatste jaren zijn er ook Franse, Engelse en Arabische boeken bijgekomen.
Vandaag toer ik sinds enkele jaren elke maandag samen met een collega rond in de Volkskliniek. We bieden vooral grootletterboeken aan, want daar zijn veel oudere patiënten.
Christelijk geïnspireerd
“In mijn christelijke opvoeding kreeg ik de ‘caritas’ (naastenliefde) met de paplepel ingegeven. Zorg dragen voor anderen zit eigenlijk in elk vrijwilligerswerk. Het boek is voor mij een middel om tot de patiënt te komen, met een luisterend oor, een warm hart en een big smile.
Ondertussen ben ik ook al meer dan 20 jaar lid van de pastorale ploeg van Sint-Lucas. Door de jaren heen zijn we van twee naar een viering per maand gegaan. Nu heeft de dienst telkens plaats op woensdagavond. Ik help om de viering voor te bereiden, ik breng de patiënten naar de kapel en daarna terug naar hun kamer. Soms ben ik ook lector. Ik draag hier geen communie rond, dat doe ik wel op 4 afdelingen in Jan Palfijn. Het vrijwilligerswerk voedt mijn geloof. Ik heb natuurlijk ook wel mijn twijfels gehad, maar een zondag zonder kerkbezoek is geen zondag voor mij.”
De patiënt centraal
Tijdens ons gesprek herhaalt Euphrasie meermaals: de patiënt staat centraal. Het is een mantra die je vaak hoort vanuit de zorgverlening, maar wat bedoelt zij ermee als vrijwilligster?
“Vriendelijk en inlevend met de patiënten omgaan. Vooral luisteren ook. Een authentieke benadering, met hartelijkheid en welgemeende aandacht je dienstbaar opstellen. Dat geeft de patiënt een warm gevoel en zo ervaar je veel dankbaarheid.”
Mooie verhalen
Euphrasie heeft vele fijne herinneringen die voor haar een grote waarde hebben.
Mooie mensen die ze heeft ontmoet: zuster Leen, zuster Pascalis (de eerste verantwoordelijke van de bibliotheek, heel correct en de puntjes op de i, maar een zeer warme persoonlijkheid), zuster Edwige (hoofd van de toenmalige H. Familie, zeer begripvol en medelevend, ze werd op handen gedragen), Ludo (pastorale werker en soulmate), Lieve (bibcollega in de Volkskliniek) en zoveel collega’s waarmee ze samenwerkte en werkt. Het plezier en de camaraderie na de werktijd met de ‘oude garde’. De waardering van het personeel en de verbondenheid onder de medewerkers. Een kruisje van een patiënt, een patiënt die bij het verlaten van het ziekenhuis zegt dat hij haar gaat missen, ….
Zoveel kleine grote dingen roepen haar al 42 jaar om haar vrijwilligersengagement op te nemen met evenveel vreugde en enthousiasme als toen ze startte.
“Voor ik begin aan mijn taak ga ik telkens de kapel binnen om God te danken dat ik nog steeds dienstbaar mag zijn voor de medemens.”
Interview: Viviane Venneman







