LENDELEDE
LENDELEDE
Lendelede wordt voor het 1ste vermeld in 1078 en was in 1146 al een afzonderlijke parochie. Pas in 1461 verschijnt de oudst bekende heer van Lendelede in de historische bronnen. Lendelede kwam in het bezit van verschillende families. De kinderloze Bavo II de Bisschop schonk de heerlijkheid in 1749 bij huwelijkscontract aan zijn 2de echtgenote Louisa Isabella de la Grange. Hij was meteen de laatste feodale haar van de parochie. Lendelede koos het blazoen van deze heer als gemeentewapen.
In lazuur een kruis van goud vergezeld van 18 blokjes van hetzelfde, 5 in de bovenhoeken 2,1,2 geplaatst en 4 in de benedenhoeken 2,2 geplaatst ; harstchild ; in keel, bezaaid met zoutkorrels van zilver, een rechtopstaande beer van goud, aan de hals geketend met een gebroken ketting van hetzelfde, geklauwd, getongd en gehalsband van lazuur. Het schild getopt met een kroon van goud met 3 fleurons gescheiden door 3 parels 1 en 2 geplaatst en gehouden door 2 wildemannen in vleeskleur, omgord en gekroond met bladeren van sinopel, die van rechts steunend op een knots in natuurlijke kleur, die van links met een knots van hetzelfde op de linkerschouder.


