OUDENBURG
OUDENBURG
In 1056 werd te Oudenburg een stenen kerk gebouwd en rond 1084 stichtte Arnold van Tiegem, bisschop van Soissons, er de Sint-Pietersabdij. In 1128 werd Oudenburg omwald en rond dezelfde tijd kreeg het vermoedelijk stadsrecht. Het was één van de smalle steden van de Brugse kasselrij. Het oudst bekende zegel van de stad Oudenburg dateert uit 1226. Tot op het einde van het Ancien Régime vertonen alle zegels en tegenzegels een stadspoort of kasteel met 3 gekanteelde of gedekte torens. Een tegenzegel uit 1741 toont het kasteel met in de geopende poort een geschaakt schildje.
Het wapen van Oudenbirg bestaat dus uit 2 elementen. Het kasteel met de 3 torens, dat sinds de vroege 13de eeuw op de zegels voorkomt, verwijst naar het stedelijk statuut van de plaats. Anderzijds is er het geschaakte schildje, dat vanaf de 2de helft van de 15de eeuw verschijnt op de afbeeldingen van het stadswapen. Het gaat om het geschaakte wapen van de familie van Grammene, kamerheren van Vlaanderen, schouten van Camerlincx-ambacht en tevens heren en schouten van Oudenburg.
Aangezien Oudenburg één van de villes fremez (= fermées) of versterkte steden van Vlaanderen was, werd het schild getopt met een gouden stedenkroon met 5 torentjes. De schildhouders zijn Sint-Arnold en Sint-Bertijn. Arnold van Tiegem was een Vlaams ridder (harnas) die bisschop van Soissons werd (mijter,mantel en kromstaf) en de abdij van Oudenburg stichtte (oorkonde in de linkerhand). Hij is ook de patron van de brouwers (stuikmand naast linkervoet). Sint Bertijn was de schildhouder van het wapen dat in 1938 aan de vroegere gemeente Roksem werd toegekend.
In goud een geopend kasteel met opgetrokken valdeur en 3 gedekte torens van keel, gemetseld, verlicht en getopt met een bol van zilver, de benedenhelft van de poort beladen met een schild, geschaakt in 5 rijen van zilver en van lazuur. Het schild getopt met een stedekroon met 5 torentjes en gehouden door een Sint-Arnold en een Sint-Bertijn, alles van goud.


