WEVELGEM
WEVELGEM
De dorpsheerlijkheid van Wevelgem werd gehouden van de burg van Kortrijk. In 1396-1423 was ene Arnold van Maarke heer van Wevelgem. De heerlijkheid bleef in het bezit van de van Maarkes tot ze in 1470 werd verkocht aan Wouter III van der Gracht. In 1740 kwam Wevelgem in handen van de d’Esclaibes. Bij de dood van de erfdochter, Francisca Carolina, moest wegens schulden een deel van haar nalatenschap worden verkocht . Wevelgem kwam via een stroman in het bezit van de Guldenbergabdij, een Cisterciënzerinnenklooster dat in 1214 te Moorsele was gesticht en in het midden van de 13de eeuw naar Wevelgem was overgebracht. De abdis van Guldenberg was dus vrouwe van Wevelgem en bleef dit tot op het einde van het Ancien Régime. Dit blijkt ook uit het zegel van zaken van de parochie Wevelgem ( 1772,1779). Dit zegel vertoont een ovaal schild met een berg - duidelijk een verwijzing naar Guldenberg - .
Een 18de eeuws handschrift tenslotte geeft aan de abdij van Wevelgem een wapen van lazuur met een berg van goud op een grond van sinopel. Vanwege de sprekende naam van de abdij, den cloostere van den Ghuldenberghe alias Wevelghem (1551), gaf de de fusiegemeente uiteindelijk de voorkeur aan een berg van goud. Lazuur en goud zijn bovendien de kleuren van het familiewapen van Margareta van Guines die in 1214 de abdij stichtte.
In lazuur een berg van goud

