VEURNE
VEURNE
De nederzetting Veurne wordt voor het eerst vermeld in een akte van Karel de Kale uit 877. Binnen een versterking tegen de Noormannen verrees een kapel die in de 10de eeuw de relieken van Sint-Walburga en haar broers verwierf.
On 1060 is er voor het eerst sprake van een Veurnse handelsnederzetting. Ze werd in de 14de eeuw op haar beurt ommuurd en kreeg een eigen kapel, gewijd aan Sint-Niklaas. Veurne had inmiddels stadsrechten verworven en was sinds de 11de eeuw de hoofdplaats van een kasselrij. Er zetelde een burggraaf als gevolmachtigde van de graaf van Vlaanderen. Hij werd bijgestaan door de burgemeester, landhouders, schepenen en keurheren van de kasselrij.
Een zegel van zaken van de stad Veurne uit 1409 vertoont een schild met een gewone leeuw. Volgens Gailliard (1557) voerde Veurne daarentegen in goud een leeuw van sabel met op de borst een klaverblad van sinopel (hoewel dit laatste in andere bronnen soms ontbreekt). Voortaan staat de zwarte leeuw op een gouden veld .
Het wapen dat in 1819 aan Veurne werd toegekend, volgde de beschrijving van Gailliard, maar de leeuw werd omgewend en kreeg een rode tong. Het schild werd getopt met de Nederlandse markiezenkroon. Het huidgie wapen wijkt enigzins af : de leeuw heeft geen rode tong meer, maar hij is volledig van sabel, zoals bij Gaillaird.Anderzijds is het wapen getooid met het Franse Oorlogskruis.
In goud een omgewende leeuw van sabel met op de borst een klaverblad van sinopel. Het schild getopt met een markiezenkroon en getooid met het Frans Oorlogskruis met palm.


