De omgekeerde- en apartheidsintegratie

“'Integratie is belangrijker dan de godsdienstvrijheid en voor islamitische meisjes gelden dezelfde wetten als voor alle andere Zwitsers.” Dat heeft een rechtbank in het kanton Aargau beslist in een zaak waarbij streng gelovige moslims hun dochter wilden laten vrijstellen van het zwemonderwijs.
De ouders vonden het onvoldoende dat hun dochter was toegezegd dat ze tijdens de zwemlessen een boerkini mocht dragen. Als lid van de sjiietische geloofsgemeenschap vonden ze het evenmin kunnen dat de zwemlessen door een man gegeven werden en al helemaal niet dat toeschouwers van buitenaf binnen in het zwembad konden kijken.
De ouders spanden een rechtszaak in maar vingen zowel bij de regering als de administratieve rechtbank van het kanton Aargau bot. Ook in beroep werd de klacht door het hoogste gerechtshof afgewezen.
De rechtbank oordeelde dat sportlessen in het in Zwitserland bestaande maatschappelijke milieu “een in het belang van het kind belangrijke socialiserende functie” toekomen en dat net daarom een afscherming van islamitische kinderen verhinderd moeten worden.
Wie naar Zwitserland emigreert moet daar bepaalde beperkingen en veranderingen van de leefgewoontes bijnemen, oordeelde de rechtbank.
In België dreigt het onder impuls van links enigszins de andere kant op te gaan. De oorspronkelijke integratienoodzaak wordt stapsgewijs verdrongen door het steeds meer op de voorgrond tredende belang van de godsdienstvrijheid en –beleving en de drang tot het behoud van de thuislandcultuur.
Men heeft het tegenwoordig niet meer over het integreren van de vreemde culturen in onze samenleving/cultuur, maar over maar over het diversiteit en multiculturaliteit. Onder het mom van ‘wat ons samen bindt’ propageert men de creatie van een met verschillende culturen, naast elkaar-belevende, samenlevende maatschappij.
Als wij enkel die ‘dingen die ons binden’, dus waar wij gelijkaardig denken en handelen samendoen, houdt dat eveneens in dat wij deze waar wij verschillend in denken en handelen ook apart beleven.
Zo bestaat het de sommige jeugd- vrijetijds-- en andere bewegingen, welk de voorbije decennia uniseks zijn geëvolueerd, zich terug zoals vroeger gaan opsplitsen in aparte groepen voor vrouwen en mannen omdat zij anders niet toegankelijk zijn voor de meer fundamenteel ingestelde islamieten. Ook het al dan niet toelaten in openbare diensten van levensbeschouwelijke kenmerken zoals de hoofdoeken, en het veralgemenen van halal- en haramvoedsel in kindercrèches en scholen, wijst niet alleen op een steeds groter wordende tolerantie voor de bijzondere aspecten van andere culturen en godsdiensten maar ook op een vorm van een deels omgekeerde integratie van de autochtone in de allochtone cultuur.
In sommige kringen wordt zelfs de taalintegratie in vraag gesteld. Zo vindt het Genkse stadsbestuur het stilaan tijd worden dat er in ons onderwijs meer aandacht komt voor het Turks en Marokkaans, de thuistalen van een groeiend aantal leerlingen in de voormalige mijngemeenten. Ook in de kinderopvang en vrijetijdssfeer zou er volgens het stadsbestuur meer aandacht moeten zijn voor anderstaligheid, nu er meer en meer kinderen op de schoolbanken terechtkomen die een andere thuistaal hebben dan het Nederlands.
Een enquête in de lagere scholen van Genk heeft uitgewezen dat de kinderen, naarmate ze ouder worden, niet meer graag taal - lees: Nederlands - leren. Sommigen ontwaren zelfs een groeiende regelrechte aversie tegen het Nederlands, al wordt dat door het buurtwerk en onderwijs tegengesproken.
Of men hierbij bedoeld dat men zich ook in taalgebruik moet kunnen ‘onderscheiden’, ook al wordt daardoor de communicatie tussen autochtonen en allochtone kinderen bemoeilijkt, of men er aan denkt om leerkrachten en opvoeders ook een minimumkennis van bvb Turks en Arabisch als vereiste op te leggen, is niet zo duidelijk. Daarbij kan men dan uiteraard vragen hebben bij het discrimineren van Poolse, Russische, Tjechische, en andere midden en Oost-Europese en centraal-Afrikaanse kinderen.
Als sociaaleconomisch extreem-links persoon voel ik mij helemaal niet gebonden aan het zogenaamd ethisch-links gedachtengoed dat de tegenstand van de autochtone bevolking t.o. van een voor hen te ver doorgedreven geïmmigreerde culturele en/of religieuze vrijheidsbeleving als discriminatie beschouwt. Ik geloof weliswaar in een multiculturele samenleving, maar dan een samenleving met een cultuur waar bepaalde, elementen van de geïmmigreerde culturen, voor zover zij niet in tegenstrijd zijn met de geldende waarden en normen en gedachten van de autochtone cultuur, in deze laatste zijn geïntegreerd..
Thuis, in familiale kring en besloten gemeenschap, heeft iedereen het recht om met instemming van de andere aanwezigen, te doen en laten wat hij wil. In het openbaar, gebruik makend van openbare dienstverleningen, en zeker als vertegenwoordiger of dienstverlener van de globale gemeenschap en/of overheid, dient men zich te schikken aan de geplogenheden die de meerderheid van de samenleving als nodig en/of aanvaardbaar beschouwt. Als dat een inperking van de godsdienst- of cultuurvrijheid vereist, dan is dat voor de leefbaarheid en werkbaarheid van de samenleving een noodzaak.
Bijgevolg kan ik mij dan ook volledig vinden in het oordeel van de rechtbank in het Zwitserse canton Aargau,die stelde dat, eenieder wie zich in een ander land vestigt, er de door de daar geldende cultuur opgelegde beperkingen en veranderde leefgewoonten moet bijnemen, kan ik volledig bijtreden.
Renaat van Poelvoorde



wat beter en waarschijnlijk zelfs beter begrijpbaar is geschreven, dan proza van ondergetekende, is een bloemlezing over hoe eenvoudig en positief de toekomst er uitziet voor wie gebruik maakt (kan maken) van de hem geboden vrijheid, en daar met een minimum aan moed en veel engagement zijn verantwoordelijkheid in opneemt. Men waant zich zowaar op een Teambuildingweekend van Microsoft of Google. Maar dan wel een weekend waar diegenen die, bij gebrek aan middelen en/of mogelijkheden, van vrijheidsbeleving, moed, engagement, en verantwoordelijkheid, onvoldoende,of zelfs helemaal geen kaas hebben gegeten, totaal ontbreken. 

Op langere termijn is er dan nog enkel sprake van een win-verlies-operatie: De investeerder heeft er hoe dan ook aan verdient, maar de overheid verliest niet enkel het onroerend bezit maar tevens, eens de totaal betaald huurbedrag de verkoopprijs - gederfde interest overschrijdt, elke jaar het bijkomende huurbedrag. 

concentreren zich op het behoud van de (in betere tijden, en onder druk van het communistische gevaar bevochten) sociale verworvenheden, en werkgevers slagen er in om, via professioneel lobbyen en een niet aflatende mediacampagne, de mantra van de ‘hoge loonkosten’ en concurrentiekracht tot ’s land hoogste prioriteit te maken. 


verzekeringsprincipe, waarbij de bereidheid om ‘premiebetaling’ volgens draagkracht voortvloeit uit het mee deelachting zijn aan de verdeling van de vruchten er van, voorbijgestreefd is. Om het vandaag, en in de nabije toekomst, ‘voor iedereen’-principe betaalbaar te houden kan men blijkbaar niet anders dan het stelselmatig afbouwen.
En waarom de inkomenskoppeling van werknemers en uitkeringtrekkers aan de prijsstijgingen, i.p.v. procentueel, niet compenseren met een bedrag dat afgestemd is op de werkelijke stijging van het uitgavebudget van een modaal inkomen?
subsidieringen aan bedrijven, particulieren en verenigingen, de 3% (6 miljard)aan overheidsinvesteringen, en de 8% (13 miljard) aan allerlei aankopen van goederen zo verantwoord en transparant zijn als het zou moeten, en de bijna 27% (44 miljard aan ambtenarenloon (administratie, onderwijs politie en leger) al dan niet wat overdreven zijn voor dit klein landje.
besparen, verminderen van de koopkracht en dus het stilleggen van de economische groei, wordt in Griekenland, Portugal, Spanje en Italië bewezen. Behalve dat steeds meer economen daar van overtuigd raken, is het feit dat de Europese vazallen van het grootkapitaal daar niet willen van horen, wellicht de beste aanwijzing dat daarentegen het (meer) belasten van de kapitaalkrachtigen, dat wel is.

Met het recent goedgekeurde 'sixpack' worden de lidstaten verplicht zich te schikken naar de zuiver kapitalistische ideologie. Deze stelt dat enkel de regels van van de vrije markt mogen en moeten gelden, zowel op financieel- ,economisch-, als op politiek gebied, waardoor elk politiek debat daarbij bij voorbaat waardeloos is. 




