Wat men krijgt, wordt betaald
Wij hebben het steeds over belastingen, taksen, accijnzen, en sociale bijdragen die wij betalen aan 'de staat'. Over premies, lonen, toelagen, vergoedingen, pensioenen, subsidies die door de 'overheid' worden verstrekt. Over gronden, gebouwen, bedrijven, waardepapieren, geld en schulden van de overheid.
Allemaal larie en apekool! Want 'de overheid' is niets meer of minder dan de notaris, secretaris of penningmeester, door ons aangesteld om de goede werking te verzorgen van 'de vennootschap' die wij met zijn allen als gemeenschap hebben gevormd, en waar wij a rato van ons belastbaar inkomen, aandeelhouder in zijn.
Zowel de gemeentelijke, provinciale, gewestelijke als federale overheid zijn in feiten de 'dagelijkse besturen, gecontroleerd door de 'raden van bestuur, van de respectievelijke 'vennootschappen'. Wijzelf als aandeelhouders van die vennootschappen krijgen dan om de paar jaar de gelegenheid om onze wensen en verzuchtingen via verkiezing van de 'raadsleden' kenbaar te maken. Dat die mooie theorie in de praktijk enigszins anders uitdraait, laten wij hier nu even terzijde.
Tot daar de les in staatshuishoudkunde. Of ten minste, waaruit een dergelijke les, die verplicht in elke middelbare school, zou moeten bestaan. Dat zou bijdragen tot de bewustmaking dat alle zogenaamde staats- gewest- provincie- en gemeente-eigendom onze gemeenschappelijke eigendom is, en dat alles voor een heel klein deel dus van onszelf is.
Bij gebrek aan dergelijke gemeenschapsopvoeding is het gros van de goegemeente zich echter niet bewust van de feitelijkheid dat elke euro die wij zogenaamd van 'de overheid' ontvangen, betaald wordt door onze medeburgers en zelfs een klein deel door onszelf. Overheidsgeld is namelijk het geld dat wij via allerlei belastingen ter beschikking stellen van de gemeenschap en dat de overheid gebruikt om er de gemeenschappelijke kosten mee te financieren en verder te 'herverdelen' onder de bevolking.
Dat dit niet steeds vakkundig en/of naar behoren gebeurt, heeft veel te maken met de verschillende belangen en noden van de oeroude maar nog steeds (in modernere vorm) bestaande standenmaatschappij. Het hebzuchtige streven naar 'steeds meer' is de beschavingsversie van het eveneens oeroude overlevingsinstinct en is de basisoorzaak van het beschamende feit dat in 2010 rechtvaardigheid en gelijkwaardigheid meer dan ooit sprookjesachtige utopische begrippen zijn die alleen simplistische luchtfietsende idealisten, zoals ondergetekende, nog zinvol vinden.
Alles wat wij gratis of aan verminderde prijs bekomen, wordt door anderen betaald, of komt in mindering van hun persoonlijk of gemeenschappelijk eigendom. Zo ook met elke subsidiering, toelage, belastingsvermindering, premie e.d. die wij van overheidswege ontvangen.
Elke maatregel daaromtrent heeft een bepaalde, meestal eerbare bedoeling. In heel veel gevallen echter zorgen de rechtlijnigheid van de gebruiksvoorwaarden van bepaalde subsidieringen en premiestelsels voor het perverse effect dat heel wat van het daarvoor gereserveerde geld eveneens terecht komt bij diegenen waarvoor het helemaal niet bedoeld is.
Neem bvb het sociaal energietarief dat de minderbedeelden die het wegens hun inkomen moeilijk hebben moet helpen om hun elektriciteit- en verwarmingsverbruik te betalen. Afgezien van de categorieën die daar wegens hun te beperkt inkomen voor in aanmerking komen, kan selfs een gezin een respectabel inkomen eveneens daarvan genieten als bvb een gezinslid voor minstens 65% gehandicapt is en daar een vergoeding voor ontvangt.
Verder zijn daar de klassieke uitkeringen voor ziekte, werkloosheid, pensioenen, kindergeld, schoolgeld enz. welke persoonsgebonden zijn, en (met uitzondering van lichte correcties bij de werkloosheidsuitkering) lineair zijn en verder geen enkele rekening houden met het gezinsinkomen. Zo kan een alleenstaande man die een maandelijkse alimentatie van amper 10 euro betaald, vrijwel dezelfde werkloosheidsuitkering genieten als een alleenstaande moeder met drie kinderen waarvoor zij geen alimentatie ontvangt.
Voorbeelden te over van gemeenschapsgelden die onnodig uitgekeerd worden, waardoor de bedragen voor diegenen die het echt nodig hebben ontoereikend zijn en 'wegens geldgebrek' niet verhoogd worden.
Afgezien van het deel van onze gemeenschappelijke bijdrage dat op die wijze bij vermogenden als 'zakgeld' terechtkomt, zijn er nog de ontelbare belastingaftrekken en investeringssubsidies die niet alleen bij de modale burger die een even modaal huis bouwt of koopt, maar waarmee de gemeenschap eveneens voor een aardeel deel meebetaald aan de riante villa's en domeinen van de grootverdieners.
Zijn daar ook de milieupremies, 15% van de kostprijs van de 'milieuvriendelijke' nieuwe wagens (waar stilaan alle middenklaswagens beginnen aan te voldoen) die wij met zijn allen (ook de niet wagenbezitters) financieren. Men kan zich afvragen waarom er geen milieukorting is op het gebruik van het openbaar vervoer is? Misschien dat de vergelijking qua CO²-uitstoot tussen de zelfs milieuvriendelijk middenklaswagengebruiker en trein-tram-busgebruiker té duidelijk de hypocritischheid van ons milieubeleid zou aantonen.
Ten slotte is er nog het perverse systeem van milieucertificaten en energiepremies, toegekend aan wie investeert in zonnepanelen. Een op termijn heel interessante investering waar menigeen, wegens omstandigheden (huurwoning of appartement) of laag inkomen niet aan toekomt, maar daar zowel via zijn belasting als via zijn verhoogde elektriciteitsrekening toch meebetaald aan de installatie en gebruikskost van anderen.
Een schrijnerend voorbeeld van iets wat de ene krijgt, al kan hij het gemakkelijk zelf betalen, en waar de andere die het door omstandigheden niet kan verwerven, of het te duur is, toch meebetaald aan het bedrag dat de ene krijgt.
Als sociaal voelend mens heb ik er niets tegen pù mee te betalen voor wat anderen krijgen, voor zover zij dat wegens hun ondermaats inkomen nodig hebben. Anders wordt het als ik dien te betalen opdat wie het al goed heeft, het nog beter zou krijgen, en daardoor diegenen die het nodig hebben, te weinig krijgen.
U toch ook...?




Het enige waar men zonder al te veel tegenstand, ja, zelfs met steun van grootverdiener tot 'jan modaal' kan op besparen, zijn de uitgaven tegemoetkomingen, voordelen en voorzieningen die in hoofdzaak moeten dienen om de minderbedeelden te vrijwaren van relatieve armoede of om hun armoedig bestaan te verzachten. 


In 1830 creëerden Engelse, Franse, en Duitse politici, met twee lappen grond welke geografisch deels bij Nederland en deels bij Frankrijk hoorde een nieuw land dat men de naam België gaf. Men benoemde een werkloze Duitser uit een adellijke familie tot Koning, en bezegelde daarmee de vrede tussen drie vijanden die eeuwenlang mekaar hadden bestreden.
voornaamste stad van een ander gewest (Brussel). In drie van de zes faciliteitenrandgemeenten woont een grote meerderheid van Franstaligen, die conform de taalwetten in het Nederlands (zouden moeten) bestuurd worden door Franstalige burgemeesters en Schepenen. De Franstalige inwoners ervan kunnen bovendien bij de federale verkiezingen voor kandidaten in een ander (Brussels) gewest kiezen. 








gelijkwaardigheid nastreefde via een maatschappijvorm waar alle grondstoffen, productiemiddelen en voortbrengselen gezamenlijk bezit zijn, werden begrippen als ‘rechtvaardigheid’ en ‘gelijke kansen’ steeds hoog in het vaandel gevoerd. Door het wegvallen van de ‘communistische dreiging’ uit het oosten, heeft het neo-socialisme zich nog uitsluitend toegelegd op verzachten en het aanvaardbaar maken van de kwalijke gevolgen van de strevers- kennis- bezit- en consumptiemaatschappij, voor de minder fortuinlijken en de zwakken .
De democratie staat, althans in het noordelijk halfrond van deze wereld, een maatschappijvorm waar men gelijkwaardigheid nastreeft, in de weg. Zolang een meerderheid van een bevolking bestaat uit rijken en bemiddelden, zal de achteromhinkende minderbedeelde minderheid afhankelijk zijn van de solidariteit die de meerderheid bereid is op te brengen. De hebzucht, eigen aan het mensdom, het door rechts populair gepromote individualisme en de vrijhei tot zelfontplooiing, zorgen ervoor dat de bereidheid tot solidariteit sterk afhangt van de mate waarin men daar zelf (onnodig) deel kan aan hebben.
bedoeld daar mee dat de wet voor iedere burger geldt. Sommigen menen dat te moeten interpreteren als zouden alle burgers in de wetten een gelijke, laat staan gelijkwaardige behandeling krijgen. In feiten dienen heel wat wetten juist om een bepaalde of beperkte groep van burgers bepaalde voorrechten te verlenen of verplichtingen op te leggen. 
1 reactie op dit bericht
Kerstboodschap van belastingontduikers
Onbewust vermoed ik, vergeet u een systeem verankerd in ons systeem, het meest ondemocratische dan nog, nl het koningshuis
De Koninklijke familie was de familie die de Centrale Bank opgericht heeft. De Centrale Bank creëert het geld. De gekroonde hoofden hebben bedongen dat ze nooit belastingen hoeven te betalen. In Engeland is daar overigens toch van afgeweken.
Ook de Belgische Koning is naar eigen zeggen maar een arm man. Hij zou slechts enkele miljoenen bezitten... Ook hier is de loyaliteitsbijdrage aan de samenleving niet te vinden. Dat maakt de mooie woorden van de Koning van België en de Koningin van Nederland rond de kerst zo wrang. Men heeft het wel over loyaliteit, maar ze doen er zelf niet aan mee. Niet alleen betalen ze geen belasting, maar het grootste deel van het vermogen is in feite familievermogen dat beheerd wordt door de monarch, beheerder van het vermogen.
Niet voor niets dat bijvoorbeeld de NL Koninklijke familie haar geld via Jersey laat beheren. Het grootste deel van het vermogen is via die weg uit beeld gebracht. De Koningin zelf is rijk, maar niet zo heel extreem. De rest van het vermogen is 'weg'. Zelfs al zou er ooit besloten worden dat de Koninklijken ook hun loyaliteitsbijdrage aan de samenleving moeten doen in de vorm van belastingen die anderen ook moeten betalen, dan nog zal veel geld buiten beeld blijven. Men is immers mede-eigenaar van het systeem.
Ieder doet zijn best om de grenzen van de wet te gaan aftasten en ongetwijfeld te overschrijden en zal op sommige punten bewust over de lijn gaan, dat lijkt onvermijdelijk. Immers zo werkt dat bij de rijken in de Lage Landen. De rijken zijn allemaal belasting-ontwijkers. Een aantal van hen is ook bewust belastingontduiker. Er is heel wat goud wat al generaties lang doorgeschoven wordt. Hoe rijker je bent hoe interessanter het gaat worden. Iedereen die iedere maand net rond kan komen, heeft geen enkel voordeel bij het proberen de belasting te slim af te zijn. Die betalen de belastingen dus keurig, weinig maar toch veel in verhouding.
In de kern is het via de belasting dat juist de rijkdom moet herverdeeld worden, maar in de praktijk komt het er op neer dat het de armen arm houdt en de rijken rijk. Er zijn immers voor de rijken erg veel interessante wegen om er onder uit te komen, terwijl de 'armen' er, behoudend een belastingvrije voet, geen enkele mogelijkheid hebben om er onder uit te komen.