Hypocriet en ongemeend
Want, laten wij eerlijk zijn, afgezien van de nietszeggende oppervlakkige inhoudsloze en daarenboven meestal ongemeende nieuwjaarswensen die wij kwistig om ons heen sprenkelen en ontvangen, kijken wij gewoontegetrouw met enig optimisme naar de, voorral nabije, toekomst.
Het zijn aloude clichés dat de geschiedenis zich steeds herhaalt, en de mens, zo niet helemaal niet, dan toch moeilijk leert uit zijn fouten, maar voor wie vandaag tijdens de jaarwisseling hoopvol heeft geklonken op het komende jaar, gelden zij meer dan ooit.
In tegenstelling tot de gemiddelde mens, die het als het over toekomst gaat het meestal over zijn eigen persoon of gezin, of in het beste geval ook nog over familie en bedrijf heeft, heb ik het hier over de toekomstverwachtingen voor 'de gemeenschap'. Zowel de gemeenschap als volk, als land, als de mensheid in zijn geheel.
Op een leeftijd gekomen waar men aardig wat ervaringsjaren achter zich heeft, en men hoopt dat daar nog een derde van aan toegevoegd zal worden, vinden wij, en daarmee bedoelen wij het éénderde van de mensheid die het nu 'goed' heeft, er steeds 'op vooruit' zijn gegaan, en dat wij voor alle problemen die 'de mensheid' hebben bedreigd, tot heden steeds een 'oplossing' hebben gevonden.
Daaruit menen wij te kunnen besluiten dat de kans groot is dat dit in de toekomst zo verder zal gaan. Er zijn, zegt men, geen aanwijzingen dat wij niet in staat zouden zijn om de problemen die onze welvaart en de samenleving bedreigen, aan te pakken en daar een (voor ons aanvaardbare) oplossing voor te vinden.
Ook ikzelf ben wel degelijk van mening dat de mensheid de mogelijkheid heeft om daadwerkelijke en efficiënte oplossingen uit te werken voor de eeuwenlange problematiek van de armoede, ellende honger, en epidemieziekten, oorlogen, overbevolking, milieuvervuiling en het door de mens veroorzaakte deel van de klimaatverandering.
Maar de terugblik, niet alleen in het voorbije jaar, maar in de paar duizend jaar voorheen, leren mij dat het niet de vraag is of de mensheid daar al dan niet toe in staat is, dan wel of zij daar toe bereid is. En spijtig genoeg geeft de geschiedkundige realiteit aan dat dit niet zo is.
De bereidheid om oplossingen te zoeken voor de mensheid- en samenlevingbedreigende problemen is gebonden aan de voorwaarde dat op zijn minst onze welvaart blijft behouden en zo mogelijk nog verbetert.
Voor het feit dat een dergelijke aanpak een onoverkomelijke contradictie inhoudt: sluiten wij koppig de ogen. Want laat het juist onze welvaart zijn en de drang om die steeds meer te vergroten, die in grote mate verantwoordelijk is voor de aangehaalde problematiek.
Om onze welvaart te beschermen en te verhogen is een gestage groei van bevolking (overbevolking) noodzakelijk, en een steeds verdere uitbreiding van landbouw- woon- en industriegebieden (milieuvernietiging en -vervuiling) nodig. Bovendien moet een steeds grotere productie en consumptie van goederen zorgen voor de noodzakelijke economische groei en winstmaximalisatie. (lucht- en bodemvervuiling en klimaatverandering)
Ons kapitalistisch sociaaleconomisch samenlevingsmodel is nu eenmaal op gestoeld op een systeem dat de samenleving- en milieu problemen als gevolg heeft.
Het val moeilijk te ontkennen dat ons huidig welvaartspeil is bereikt dankzij de uitbuiting en onmenselijke behandeling van de bevolkingen in Afrika, Zuid-Amerika, en zuidoost Azië waar wij in de 18de, 19, en tot half in de 20ste eeuw via slavenarbeid hen ontroofden van de voor onze industriële opbouw zo noodzakelijke grondstoffen. De huidige armoede en ellende (inclusief oorlogen) zijn een rechtstreeks of onrechtstreeks gevolg van ons kolonisatiesysteem, waaraan wij tot de jaren zestig van de twintigste eeuw grotendeels de opbouw van onze welvaart hebben te danken.
Rijkdom is een gevolg van armoede, en visa-versa. Zonder armoede kan er geen rijkdom bestaan, zij zijn van mekaar afhankelijk. Gans ons samenlevingsmodel en -systeem, hoe sociaal het in sommige landen ook moge zijn, is gestoeld op het eeuwenoude principe van discriminering en ongelijkwaardige behandeling. van mensen, al naar gelang hun fysische en/of psychische mogelijkheden, De macht van de sterkste, de slimste, de populairste, de meest bezittende, de hoogst gewaardeerde, enz.
Het beschermen van onze welvaart houdt in feiten het in standhouden of zelfs vergroten van de milieu en samenlevingsproblemen. Het doeltreffend en blijvend aanpakken van die problemen noodzaakt een afbouw van ons welvaartspeil.(in de eerste plaats het welvaartspeil dat de betergegoeden aanhouden)
En omdat wij nu eenmaal niet bereid zijn om in te boeten aan welvaart behelpen wij ons met oplossingen die enkel als pijnstillers werken. Gevolg is dat 'de ziekte' blijft voortwoekeren.
Eén en ander is niet enkel op wereldvlak, maar ook in ons kleine landjevan toepassing. De reden waarom wij na meer dan zes maand na de verkiezingen nog steeds geen nieuwe federale regering hebben is eveneens het gevolg van diezelfde onwil om aan welvaart in te boeten (Wallonië) en de drang om ze te verhogen (Vlaanderen) De (terechte) weigering van de ene om armer te worden opdat de andere zich zou kunnen verrijken, en de egoïstische neiging om de solidariteitsbijdrage aan de minderbedeelde voor zichzelf te behouden en zich daardoor te verrijken.
Het vinden van een compromis kan er toe leiden dat beiden tijdelijk enigszins hun levenstandaard behouden, maar brengt geen oplossing voor de oorzaak van het probleem: Het verschil in rijkdom!
Bij elke jaarwisseling laten wij het verleden voor wat het is. En vrij van enige wijsheid en inzicht formuleren wij onze wensen en verwachtingen voor het nieuwe jaar. En juist omdat wij weigeren het verleden in acht te nemen, zijn die, zo niet hypocriet en ongemeend, dan toch op zijn minst hol, oppervlakkig en waardeloos.




Het enige waar men zonder al te veel tegenstand, ja, zelfs met steun van grootverdiener tot 'jan modaal' kan op besparen, zijn de uitgaven tegemoetkomingen, voordelen en voorzieningen die in hoofdzaak moeten dienen om de minderbedeelden te vrijwaren van relatieve armoede of om hun armoedig bestaan te verzachten. 


In 1830 creëerden Engelse, Franse, en Duitse politici, met twee lappen grond welke geografisch deels bij Nederland en deels bij Frankrijk hoorde een nieuw land dat men de naam België gaf. Men benoemde een werkloze Duitser uit een adellijke familie tot Koning, en bezegelde daarmee de vrede tussen drie vijanden die eeuwenlang mekaar hadden bestreden.
voornaamste stad van een ander gewest (Brussel). In drie van de zes faciliteitenrandgemeenten woont een grote meerderheid van Franstaligen, die conform de taalwetten in het Nederlands (zouden moeten) bestuurd worden door Franstalige burgemeesters en Schepenen. De Franstalige inwoners ervan kunnen bovendien bij de federale verkiezingen voor kandidaten in een ander (Brussels) gewest kiezen. 








gelijkwaardigheid nastreefde via een maatschappijvorm waar alle grondstoffen, productiemiddelen en voortbrengselen gezamenlijk bezit zijn, werden begrippen als ‘rechtvaardigheid’ en ‘gelijke kansen’ steeds hoog in het vaandel gevoerd. Door het wegvallen van de ‘communistische dreiging’ uit het oosten, heeft het neo-socialisme zich nog uitsluitend toegelegd op verzachten en het aanvaardbaar maken van de kwalijke gevolgen van de strevers- kennis- bezit- en consumptiemaatschappij, voor de minder fortuinlijken en de zwakken .
De democratie staat, althans in het noordelijk halfrond van deze wereld, een maatschappijvorm waar men gelijkwaardigheid nastreeft, in de weg. Zolang een meerderheid van een bevolking bestaat uit rijken en bemiddelden, zal de achteromhinkende minderbedeelde minderheid afhankelijk zijn van de solidariteit die de meerderheid bereid is op te brengen. De hebzucht, eigen aan het mensdom, het door rechts populair gepromote individualisme en de vrijhei tot zelfontplooiing, zorgen ervoor dat de bereidheid tot solidariteit sterk afhangt van de mate waarin men daar zelf (onnodig) deel kan aan hebben.
bedoeld daar mee dat de wet voor iedere burger geldt. Sommigen menen dat te moeten interpreteren als zouden alle burgers in de wetten een gelijke, laat staan gelijkwaardige behandeling krijgen. In feiten dienen heel wat wetten juist om een bepaalde of beperkte groep van burgers bepaalde voorrechten te verlenen of verplichtingen op te leggen. 