Naar de inhoud

Renaat's standpunten

over de sociale en politieke actualiteit en gebeurtenissen
akke.beakke.be
Kom meer te weten op http://www.rvp.be

Archief

Indexaanpassingen: procenten of centen


De automatische aanpassing van lonen, wedden en uitkeringen aan de stijging van de levensduurte is in dit land één van de voornaamste verworvenheden van de socialistische arbeidersstrijd. Maar is de wijze waarop deze wordt uitgevoerd wel zo sociaal en rechtvaardig?  Het feit dat de loonaanpassingen in procenten in plaats van centen gebeurt, doet mij meer dan maar enkel daaraan  twijfelen.

Men kan er over redetwisten of de globale uitgavenpatronen van gezinnen conform de indexkorf (gezondheidsindex) zijn en zij zij het procentueel of bedragmatig  evenredig met de prijzen stijgen. Men kan echter niet ontkennen dat  de prijsstijgingen der producten, bedragmatig  voor iedereen  van dezelfde hoogte zijn, onafgezien welk inkomen men heeft.  Aan de andere kant  is het aandeel  dat die prijsstijgingen betekenen i.v.m. het inkomen,  in %,groter naargelang het inkomen kleiner is.

Met het huidige systeem worden de prijsstijgingen der consumptieprijzen procentueel volgens het inkomen gecompenseerd, en dus niet, zoals eigenlijk de bedoeling is, volgens de stijging van de prijzen zelf. Het gevolg is dat Iemand met een hoger inkomen ook een hogere compensatie krijgt dan diegene met een lager inkomen moet doen. De stelling dat, hoe hoger het inkomen, hoe hoger het uitgavenpatroon is,  tracht dit ten onrechte te rechtvaardigen. Dat kan sommige gevallen tot op zekere hoogte opgaan, maar doet toch niets af aan het feit dat zowel een fabrieksdirecteur als zijn poetsvrouw  het zelfde bedrag betalen voor een brood, liter melk of kilogram aardappelen.

In tegenstelling met wat men gemakshalve dus beweert,   worden lonen en uitkeringen dus gelijkmatig niet aangepast aan de stijging van de levensduurte. De hogere lonen worden steeds méér  opgetrokken dan de procentuele stijging van de producten uit de indexkorf, terwijl de laagste lonen steevast een lagere bedragmatige stijging kennen dan dat het totaalbedrag van de indexkorf is gestegen.
Gesteld dat een totaalprijs van de indexkorf  bvb €1.000,- zou bedragen, en door de combinatie van prijsstijging en -daling van verschillende producten een jaar later dit bedrag tot € 1.020,- zou gestegen zijn, dan worden de lonen met 2% aangepast.  Een leefloner  krijgt dan maandelijks een bedrag van € 12,8 bij, terwijl de  bedrijfsleider van Belgacom  door de indexaanpassing zijn maandloon met  € 4.166,-  ziet stijgen.  Bij de leefloner wordt de zogenaamde stijging van de levensduurte maar voor 64% gecompenseerd, met als gevolg dat zijn  levensstandaard er met 1.1% op achteruitgaat. Anderzijds krijgt onze Belgacom topman niet minder dan 208 maal de werkelijke stijging van de levensduurte. Een schrijnend voorbeeld van  hoe één van de belangrijkste onderdelen van onze sociale zekerheid er toe bijdraagt dat de armen steeds armer en de rijken steeds rijker worden.

Reeds velen hebben het mij voorgezegd: Het zou nochtans eenvoudig en heel rechtvaardig kunnen:  laat de stijging van de levensduurte in centen, in plaats van procenten berekenen en de lonen en uitkeringen aanpassen met hetzelfde bedrag waarmee de indexkorf is gestegen.  Als de indexkorf een representatieve weergave is van het gemiddeld maandelijks uitgavenpatroon van een gemiddeld Belgisch gezin (ook al zijn daar bepaalde ‘ongezonde’ producten uit geweerd)  is het toch niet meer dan billijk dat als de indexkorf met  bvb € 54,- euro is gestegen dat alle lonen en uitkeringen met niet meer of minder dan dat bedrag verhoogd worden?  Over verschillen in periodiciteit kan om praktische reden gesproken worden, maar om welke (sociale?) reden moet de prijsevolutie voor de ene groep verarming en de anderen verrijking betekenen?
Socialisten moeten erkennen dat de indexkoppeling weliswaar een goed middel is, maar wegens het procentprincipe op een slechte wijze wordt gebruikt. Daardoor geeft het in veel gevallen, vooral voor de minst fortuinlijken een omgekeerd resultaat. Daarom moeten wij om ideologische, principiële en humane reden  deze sociale miskleun aanpakken en hervormen. Ook al ziet daardoor een aanzienlijk deel van onze aanhang voor hen het oneigenlijk en onbedoeld effect van de huidige regeling verloren gaan.   (wat de reden is waarom tot heden elke aanzet tot een dergelijke hervorming steeds in de kiem werd gesmoord; ook door de vakbonden)

Met lede ogen zie ik, enkele uitzonderingen niet te na gesproken, de ongeïnteresseerdheid bij de meerderheid van de partijleden, zowel op lager als hoger niveau, als ik het heb over de categorieën der laagste inkomens, die men de laatste jaren steevast over het hoofd heeft gezien bij het nemen van maatregelen voor koopkrachtvrijwaring.  Ik heb het dan over leefloners, chronisch zieken, oudere gezinshoofden- of alleenstaande werklozen,en  mensen met een minimumpensioen. Diegenen  die enerzijds geen deel hebben aan de positieve effecten van belastingsverminderingen, nettoloon verhogingen en allerhande subsidiëringen, maar anderzijds via de stijgende en nieuwe lineaire belastingen en heffingen en taksen, hun zo al niet benijdenswaardig netto besteedbaar  inkomen gestaag zien  verminderen en er steeds een groter percentage van aan de gemeenschap moeten afstaan. Dat de perversheid van de procentuele indexkoppeling  daar nog eens bovenop komt maakt dit alleen maar erger. Zowat lijnrecht het tegenovergestelde van één van de voornaamste credopunten waarop het socialisme is gegrondvest: de herverdeling van het inkomen.

Misschien moeten wij wat minder congresseren, wat minder intenties verklaren, wat minder ‘modern’, vernieuwend en verjongend zijn, en wat meer doèn wat we zeggen te willen doen,  wat meer net wèl haalbare voornemens uitwerken, het goede uit het verleden behouden, in onze eigen kringen de ouderen niet aan kant zetten, of in navolging van andere partijen, gewoon uit de beleidsfuncties weren…misschien moeten wij  wat minder socialist in naam, en het wat meer in daad zijn.

Renaat Van Poelvoorde

Hoe vind je dit bericht?
Geschreven door Renaat om 00:00 Reageer op dit bericht Stuur door

De menselijke schande

Heb jij op oudejaarsavond ook aan Darfour gedacht? Aan de reeds meer dan 200.000 onschuldige doden en de 2.500.000 vluchtelingen die in mensonterende kampen aan de Soedanese grens honger lijden en waarvan er tienduizenden sterven aan ondervoeding, ziekte en ontbering ? Heb jij voor het nieuwe jaar ook het voornemen gemaakt om onze  en andere regeringen een geweten te schoppen, ook al zou je daardoor zelf iets van je voorspoed, welvaart en veiligheid moeten inboeten? Waarschijnlijk niet, want ik hoor het je al zeggen: “daar kan ik als enkeling, en België als klein landje toch niets aan veranderen”.    

Zoals bij zoveel volkenmoorden, hongersnoden en onmenselijke toestanden in die delen van de wereld waar wij als welvarende vadsige wellustige en egoïstische exponenten van het mensenras geen belangen te verdedigen hebben, staan wij ook wat verveeld toe te kijken, en vinden wij dat niet wij, maar anderen dat maar moeten oplossen. Trouwens als puntje bij paaltje komt kunnen wij achteraf steeds gebruik maken van de beproefde uitdrukking: ,,Wir haben es nicht gewusst.'' 

Moorden, verkrachtingen, plunderingen, meer dan 200.000 doden, meer dan twee miljoen ontheemden, tienduizenden mensen die nu stervende zijn aan geweld, ziekte, ontbering. Die cijfers spreken voor zichzelf. Ondanks het aandringen van  de secretaris-generaal van de VN Koffi Annan, weigert de VN-Raad voor de Mensenrechten elke terechtwijzing aan het adres van de islamitische regering van Sudan.  En dan weet hij onder meer dat de moslimwereld alleen verontwaardigd doet wanneer moslims door niet-moslims gedood worden.
De huidige politieke ,,cultuur''  waarin Arabische doden heel wat zwaarder wegen dan zwarte, wordt gesteund daar de overgrote meerderheid van de  VN-Raad voor de mensenrechten, waarin de moslimlanden een derde van de leden vormen, en in zes maanden ,,werking'' alleen Israël veroordeeld heeft, tot driemaal toe.
Vredesbetogingen van enige omvang trekken alleen de straat op als ze kunnen tekeergaan tegen de ,,gebruikelijke verdachten'', zoal de Verenigde Staten, Israël, en het westen. Wie door andere regimes wordt onderdrukt of zelfs afgeslacht heeft pech. Protesteren is makkelijker dan meewerken aan oplossingen, maar aangezien er in dat deel van Afrika geen olievelden, en gegeerde ertsen te vinden zijn is het ondenkbaar dat landgenoten moeten gaan sneuvelen in verre conflicten, zeker niet in Afrika waar de conflicten en wreedheden onuitroeibaar en onoplosbaar lijken.

Laten wij echter niet vergeten dat ook Europa niet immuun is voor barbarij. De Nazi’s en recentelijker de Balkan-volkeren hebben bewezen hoe gevaarlijk het is om mensen van een bepaalde huidskleur of ras als minderwaardig te brandmerken. Dat geen enkele uiting van racisme, antisemitisme incluis, aanvaardbaar, verschoonbaar kan zijn en desnoods met inboeting van eigen mensenlevens moet bestreden worden hebben de Europeanen in de geschiedenis meer dan genoeg ervaren.

Een aantal landen verkiest de bescherming van bevriende regimes boven die van zelfs elementaire mensenrechten. Andere, waaronder België, zijn politiek niet bereid elders te gaan vechten om vrede te stichten of te behouden. Afgezien dat zij daar geen defensiegeld willen aan besteden vrezen zij vooral onpopulariteit wanneer er soldaten zouden sneuvelen.


Om die reden ging België uit Rwanda lopen na het afslachten van tien Belgische para's. Daarom stond Europa erbij en keek ernaar toen op de Balkan weer concentratiekampen ontstonden, toen uit Srebrenica zevenduizend moslims werden weggevoerd om afgemaakt te worden.

Daarom  laten wij nu gebeuren wat gebeurt in Sudan, kijken wij gewoon de andere richting op en beperken ons tot het geweeklaag over onze eigen luxeproblemen..
Als mens kan je dit nieuwe jaar moeilijk vreugdevol inzetten. Daarvoor is de schande te groot en voor sociaal voelende personen de schaamte navenant!

Hoe vind je dit bericht?
Geschreven door Renaat om 11:55 Reageer op dit bericht Stuur door

Winst of verlies : geld of banen

Hoewel de totale productiecapaciteit op de Europese markt 26,5 miljoen wagens bedraagt, terwijl er maar een markt is voor 20,5 miljoen blijkt de afzet van het automerk Volkswagen wereldwijd in het eerste kwartaal van 2006 met 15% te zijn gestegen naar 1.361 miljoen auto’s, tegen 1.183 miljoen een jaar eerder. In de krant De Tijd van 28.04.2006 beweert de directie van Volkswagen zelf dat het marktaandeel niet enkel in Duitsland, maar ook in andere belangrijke markten in West-Europa verbeterde.

Waarom Volkswagen besluit de productie van de Golf baar Duitsland over te hevelen waardoor er in Vorst 4000 werknemers hun baan verliezen, zou op het eerste zicht niet te zoeken zijn in economische reden. En toch is het zo! Omzet- en winststijging lopen dikwijls niet evenredig en zijn daarom niet steeds voldoende om ‘concurrentieel’ te blijven. Om in het modern kapitalistisch economisch systeem te kunnen blijven overleven is het niet voldoende om winst te maken, deze dient daarenboven ook stelselmatig aanmerkelijk te groeien. Bij een zelfde winstpercentage, en zelfs bij een relatief kleine winstgroei spreekt men dus eigenlijk van verlies. Het gevolg is dan meestel een ‘herstructurering’ met het nodige banenverlies als gevolg. In dit geval gaat het over 4.000 arbeiders en bedienden van Volkswagen die hun baan verliezen en nog eens 8.000 banen welke bij onderaannemers sneuvelen.

Volkswagen boekte vorig een jaar winst van 1,12 miljard euro, een verdubbeling ten opzichte van 2004. Het ziet er naar uit dat de winst dit jaar nog hoger zal uitvallen dan in 2005. De omzet is trouwens met 7% gestegen. Maar…met het aangekondigde herstructureringsplan hoopt men de winst op te drijven tot 5,1 miljard euro in 2008. En dat is de reden, de enige reden tot deze herstructurering.

De voorbije jaren heeft onze regering ons gemeenschapsgeld nochtans aardig laten rollen om, in de heilige aanbidding van het concurrentievermogen, bedrijven zoals Volkswagen te vriend te houden. Vermindering van patronale bijdragen, belastingskortingen voor ploegenarbeid en nachtwerk en recent nog een cadeau voor overuren. Bovendien investeerde de regering maar liefst 35 miljoen euro in het automative park dat VW naar verluidt in België zou verankeren. Deze strategie heeft duidelijk gefaald.

Ondanks het geloof daarin, blijkt dat de kapitalistische winsthonger niet zomaar te stillen is met wat ‘snoepjes’. Onze regering beklaagt er zich nu over dat de werknemers van Volkswagen-Vorst de dupe zijn vanr “het nationalisme van de Duitsers”, het “eigenbelang van de Duitse vakbonden”, en het “gebrek aan vrije markt”. Mijn gebrek aan hypocrietie doet mij onze ministers en alle meeheulende commentaarschrijvers er op wijzen dat de geschenken die deze regering aan de bedrijven, waaronder VW, uiteraard ook de bedoeling hadden om de eigen economie en arbeidsmarkt te beschermen. Was dat dan geen aantasting van de vrije markt? Gaat deze regering nu bij Volkswagen de investeringssteun en alle lastenverlagingen van de voorbije jaren terug vorderen, zodat ze dat kan besteden aan datgene waarvoor het bedoeld was: het behoud van de tewerkstelling!

Volkswagen-Vorst is eens te meer een voorbeeld van het feit dat ook flexibele hardwerkende', goedverdienende, en bijgevolg relatief welstellende Vlamingen niet gespaard blijven van de koude wetmatigheden van het kapitalistische vrije marktprincipe waarinmensen ten dienste van economie staan, een economie welke op haar beurt als werkinstrument fungeert van de enige echte machthebber op deze aarde: de financiële wereld. De hypocrisie die onze rechtse- en centrumpolitici, als vaandeldragers van de vrije markteconomie en -concurrentie, vandaag bij de ontslagtsunami van Volkswagen tentoon spreiden kent blijkbaar geen grenzen. Als voorstanders van de globalisering, flexibilisering en afbouw van de sociale- en arbeidsreglementering die, naar hun zeggen, de vrije marktwerking en winsten afremmen, zijn zij helemaal niet goed geplaatst om kritiek te leveren op beslissingen die juist het gevolg zijn van het door hen zo geroemde kapitalistische vrijenmarktmechanisme.

De Verhohstadts en de Somersen hebben zelfs het lef om van deze 'sociale ramp' dankbaar gebruikt te maken om te promoten dat de naoorlogse sociaal gestuurde vrijmarkteconomie verder dient omgevormd te worden naar een nog meer ongebreidelde vrije markt waar het aloude gezegde "Only the Gold makes the roules" volledig tot zijn recht kan komen.

Of...hoe volledige vrijheid in feiten een synoniem van dictatuur aan het worden is.

Renaat van Poelvoorde





 

Hoe vind je dit bericht?
Geschreven door Renaat om 00:00 Reageer op dit bericht Stuur door

Fiere socialist maar beschaamd partijlid

Bij elke socialistische partij, die naam waardig, behoort het versmallen van de kloof tussen arm en rijk, en het creëren van een solidaire en rechtvaardige maatschappij tot haar  fundamentele doelstellingen,

 Sinds Karl Marx. de filosofie van Hegel herinterpreteerde, heeft het socialisme in de geïndustrialiseerde landen een gefaseerde evolutie doorgemaakt. In de eerste fase (tot na de tweede wereldoorlog) zorgde de socialistische arbeidersstrijd er voor dat de armen minder arm,  en de minder gegoeden er beter op werden. In de loop van de tweede fase (tot einde jaren ’80) zorgden zowel de snelgroeiende welvaart als de schrik voor het dreigende communisme dat   alle lagen van de bevolking deel hadden aan de ‘weldaden’ van het zogenaamde sociaal gecorrigeerd kapitalisme. De armen werden minder arm, wie het moeilijk had kreeg het relatief goed, de welvarenden werden nog welvarender, en de rijken werden (gewoontegetrouw) alsmaar rijker.

 Mede door het opentrekken van het ‘ijzeren gordijn’ en de teloorgang van de communistische dictaturen in de Oostbloklanden, is het socialisme  wereldwijd in een derde fase getreden waar het oorspronkelijk socialistisch gedachtegoed, onder druk van de arbeidersklasse die zich nu grotendeels tot de welvarende klasse mag noemen, in feiten geëvolueerd naar een links-liberaal surrogaat socialisme dat zich in hoofdzaak gefocust op de belangen van de middengroepen. Daardoor is de strijd tussen arm en rijk geëvolueerd tot een strijd tussen degenen die het goed hebben, en diegenen die het buitensporig goed hebben.  De belangen van de minder bedeelden (minderheid) worden enkel nog verdedigbaar voor zover ze niets afdoen aan de belangen van de beter gegoeden (meerderheid)

 Met de stelling van de voormalige socialistische partijvoorzitter Louis Tobback die bij de geboorte van de eerste regering Verhofstadt poneerde, dat een “paars avontuur” voor socialisten in “bont en blauw” zal eindigen, wees hij er op dat het een ‘contradictie in terminus’ is te denken dat een samengaan van rechts liberalisme met links socialisme een voor elke groep aanvaardbaar beleid zou waarmaken.

Dat desondanks, zowel op nationaal, regionaal als op gemeentelijk vlak de paarse coalities  niet enkel levensvatbaar bleken, maar daarenboven ook resultaten boekten, is enkel te wijten aan hun beider opschuiven naar het centrum en niet in het minst aan het  ‘ophokken’ van verschillende zogenaamde “dogma’s” waar de beide partijen grotendeels hun bestaansrecht aan ontlenen.

Ondertussen storen zowel donkerblauwe liberalen als links-socialisten  zich mateloos aan het feit dat hun respectievelijke partijleidingen zich gezelleg naast hun ideologisch-tegengestelden hebben neergevleid aan de centrale visvijver, omdat daar nu eenmaal, zoniet de smakelijkste, dan toch het meeste vis is te vangen.

Dat de (niet-extreme) socialistische partijen zich wereldwijd hebben neergelegd bij de dictatuur van het kapitalisme en daardoor hun basisdoel (de strijd tegen-) verloochenen, laat ik hier nu ter zijde. Maar dat de Belgische socialistische partijen (de Waalse iets minder dan de Vlaamse) in hun paars huwelijk hun natuurlijke kinderen (de minder bedeelden) ernstig verwaarlozen is voor weldenkende en  ‘echte’ socialisten onaanvaardbaar.

Dat deze paarse regering maatregelen heeft genomen m.b.t. het verminderen van achterstanden, en onrechtvaardigheden  bij de laagste inkomens, is niet te ontkennen, maar die maken de verwaarlozing van het verleden maar in beperkte en onvoldoende mate goed.

Mezelf met enige fierheid socialist noemende, bekruipt mij als partijlid steeds vaker een storend gevoel van schaamte. Dat gevoel krijg ik nu weer bij het aanhoren van de begrotingsmaatregelen voor volgend jaar. Er mogen dan wel enkele positieve punten in te bespeuren zijn, toch kunnen deze niet verhinderen dat de reeds lang bij mij aanslepende ontgoocheling over de socialistische inbreng in deze paarse regering alsmaar groter wordt..

Na de vermindering van inkomstenbelasting, heeft men op zoek naar plaatvervangende inkomsten nogmaals de door liberalen zo zeer gewenste verschuiving van de lasten op arbeid naar allerhande bijkomende en verhoogde vlak-belastingen zoals taksen, heffingen, accijnzen, opcentiemen, en btw opgevoerd. Met andere woorden het verschuiven van belastingen op inkomsten naar belastingen op gebruik en verbruik van goederen, diensten, afvalverwerking enz. Door o.a. op vrijwel alle verpakkingen een milieuheffing in te voeren zullen in 2007, in deze paarse welvaartstaat, en mede door toedoen van socialistische ministers, de armen en de laagste inkomens er nog meer op achteruit gaan dan de voorbije jaren al het geval was.

Ons huidig systeem van personenbelasting, gebaseerd op het inkomen, die zowel procentueel als bedragmatig stijgt, al naargelang het inkomen groter is, werkt volgens het principe dat "de sterkste schouders de zwaarste lasten" dienen te dragen. Dit is niet alleen eerlijk en billijk, maar heeft bovendien ook een herverdelend effect. Daarentegen zijn belastingen die onafhankelijk van het inkomen qua bedrag voor iedereen gelijk zijn, pervers oneerlijk omdat op die wijze, naargelang het inkomen kleiner is, een groter deel van het inkomen wordt afgeroomd. In dat geval worden de lasten zwaarder naargelang de schouders zwakker zijn. Op die wijze slaagt men er in de personen, die wegens een te laag inkomen vrijgesteld zijn van inkomstenbelasting, toch steeds meer belasting te laten betalen en gaat het besteedbaar inkomen van de laagste inkomens er niet alleen op achteruit, maar tevens procentueel méér achteruit dan dat bij hogere inkomens het geval is.

Zowat het tegenovergestelde van wat de socialistische credo is.

Aan de andere kant kunnen de laagste inkomens (onder de minimum aanslagvoet) niet van de in uitvoer zijnde en nog komende belastingsverlagingen op het inkomen meeprofiteren, in tegenstelling tot de modale hogere en hoge inkomens, waar het besteedbaar inkomen daardoor gradueel stijgt.  De laagste (niet inkomensbelastingbetalende) blijven echter niet alleen verstoken van de welvaartstijging, maar gaan er ook nog gestaag op achteruit aangezien de levensduurte sneller stijgt dan de aanpassingen via de gezondheidsindex.

Sp.a-voorzitter Johan Vandelanotte stelt dat "alleen wie de toekomst zelf vorm geeft, ze niet zelf moet ondergaan" en dat de socialistische beweging een beweging is die "gebaseerd is op verontwaardiging, en gericht op een samenleving waar iedereen gelijke kansen krijgt". Vraag is in hoeverre het huidige belastingsbeleid  dat mede door de socialistische ministers wordt ondersteund, verenigbaar met die stellingen en wat de minder bedeelden daar van ervaren.

Maar misschien zijn die stellingen helemaal niet voor hen bedoeld, omdat zij niet de mogelijkheid hebben om hun toekomst zelf vorm te geven, en zij de middelen ontberen om gelijke kansen te hebben...maar...is het dan niet de bedoeling dat socialisten hen daarbij zouden helpen ?


Renaat van Poelvoorde.

 

Hoe vind je dit bericht?
Geschreven door Renaat om 00:00 Reageer op dit bericht Stuur door

Europa: angst voor uitbreiding of globalisering

Met de regelmaat van de klok laait de discussie op over de uitbreiding van de Europese Unie. Er worden toespraken gehouden over “de grenzen van Europa.” De EU heeftde eerste fase van de toetredingsgesprekken met Servië is de ijskast gestopt, en over Roemenië en Bulgarije wordt alsmaar meer in de voorwaardelijke zin gesproken.
De terughoudendheid moet de kandidaat-lidstaten ertoe aanzetten hun hervormingen te versnellen (en in het geval van Servië de oorlogsmisdadiger Ratko Mladic uit te leveren). Maar afgezien daarvan geeft het duidelijk aan dat meer dan één Europese lidstaat leidt aan “uitbreidingsmoeheid” .

Veel politici zijn zich bewust dat een groot deel van de publieke opinie ronduit tegen verdere uitbreiding gekant is. Ze hebben begrip voor dit begrijpelijke en misschien zelfs gerechtvaardigd verzet. Een verdere te overhaaste uitbreiding zou wel eens een grote impact kunnen hebben op het aantal banen, en bovendien merkt men dat de instellingen van de Unie het met de recente uitbreiding al moeilijk genoeg heeft en helemaal niet klaar zijn voor verdere uitbreiding. Ze zijn ervan overtuigd dat het in ieders voordeel is een pauze in te lassen en zo de gemoederen te laten bedaren. Deze visie domineert in Europa op dit moment. Vraag is of dit werkelijk zo is.

Volgens al dan niet goed uitgevoerde studies zouden Europeanen in het algemeen geen tegenstander van verdere uitbreiding zijn (de kwestie Turkije even buiten beschouwing gelaten). Een kleine meerderheid blijkt voor te zijn. Een nieuwe peiling van de Europese Commissie toont aan dat het aantal mensen dat de uitbreiding een goede zaak vindt voor de EU (55%), hoger is dan het aantal dat van mening is dat het lidmaatschap van de Unie positief is voor hun land (49%). Als de nationale politici zo begaan zijn met publieke opinie, zouden ze eerder een pauze moeten inlassen voor alle Europese activiteiten dan voor de uitbreiding.

Voorstanders van uitbreiding stellen dat de uitbreiding gezorgd heeft voor een stijging van handel, investeringen en inkomen in Europa. Maar uiteraard zijn er winnaars en verliezers. Groot-Brittannië, Ierland en Zweden, die hun arbeidsmarkt hadden opengesteld voor de nieuwe leden, behoren tot de winnaars en zijn dus voorstanders van verder uitbreiding. Daarentegen spreekt het voor zich dat de landen die tegen verdere uitbreiding zijn, juist diegene zijn die menen de negatieve impact van de uitbreiding te hebben ondervond. Zij wijten hun hoge werkloosheidgraad aan de competitie met centraal-Europa. Hoewel velen het tegendeel beweren is er alsnog geen bewijs dat de Poolse loodgieter werkelijk een grote ravage op de arbeidsmarkt van “het oude Europa” aanricht.

Men zou kunnen besluiten dat de angst in de publieke opinie geen weerspiegeling is van de negatieve gevolgen die verdere uitbreiding in feite kan meebrengen, maar eerder het gevolg is van twijfels in verband met het succes van de uitbreiding in 2004. Men kijkt terug naar het verleden, in plaats van zijn blik op de toekomst te werpen. De argumenten tegen uitbreiding zijn meestal twijfelachtig ofwel zwaar overdreven.

Waarschijnlijk heeft de angst over de uitbreiding heeft een andere voedingsbodem. Dit zou wel eens de angst voor verandering kunnen zijn, verandering die eigen is aan globalisering.
Uit dezelfde peiling bleek namelijk een opvallende verban tussen landen die de globalisering als een bedreiging beschouwen en landen die verder uitbreiding als een bedreiging voor nationale banen zien. In Frankrijk was 72 procent van de ondervraagden het eens met beide stellingen. Ook in België, Oostenrijk en Duitsland gingen velen akkoord met deze veronderstellingen. Maar de oude lidstaten die weinig problemen zien in verder uitbreiding beschouwen de globalisering ook eerder als een kans dan als een bedreiging. Uitbreidingsmoeheid blijkt voort te komen uit onvrede met het globaliseringproces.

Dit maakt de zaken er niet makkelijker op. Maar hieruit volgt wel dat de uitbreidingsmoeheid niet zal verdwijnen door de uitbreiding te vertragen. Om maar te zwijgen van de mate waarin de belangen van de EU geschaad worden in de kandidaat-lidstaten, in de Balkan en elders, waar tegenstanders van Europeanisering vrij gelukkig zijn met huidige teneur in Europa. Bovendien verandert uitstel de fundamentele logica van de uitbreiding niet – er zijn voordelen voor de bestaande en nieuwe leden, en het niet slagen van de uitbreiding brengt grote kosten met zich mee. Als de Unie niet naar de Balkan gaat, zal de Balkan naar Unie komen, in de vorm van illegale migratie, drugs en misdaad. Het houdt overigens geen steek twee delen van voormalig Joegoslavië wel in te lijven (Slovenië en binnenkort Kroatië), en voor de rest de deur gesloten te houden.
Hoe vind je dit bericht?
Geschreven door Renaat om 08:30 Reageer op dit bericht Stuur door

Een vergeten belofte, een vergeten ideologie?

                                     

Omdat indexaanpassingen en collectieve arbeidsovereenkomsten in onvoldoende mate de prijsstijgingen van de consumptiegoederen en diensten compenseren, werd de voorbije jaren een groot deel van de bevolking geconfronteerd met een daling van de koopkracht.

Mede daarom kondigde deze coalitie, al tijdens de vorige legislatuur belastingsverminderingen aan welke de koopkracht, zoniet zou vermeerderen, dan toch op zijn minst veilig zou stellen.

 

Omdat niet iedereen gezegend is met een inkomen dat beantwoord aan de huidige levensstandaard, voorzag onze toenmalige socialistische partijvoorzitter een procentuele toelage voor leefloners, uitkeringstrekkers met gezinslast, en de op rust gestelden met een laag pensioen, omdat die wegens een té laag inkomen helemaal geen belastingen betalen.

 

De ondertussen uitgevoerde en in uitvoer zijnde verlagingen op de personenbelasting, mede met verhoogde belastingsaftrekken, en de in het generatiepact voorziene maatregelen voor nettominimumlonen, zorgen inderdaad voor relatieve koopkrachtbeveiliging.

 

Verder bevat het generatiepact een reeks maatregelen die in beperkte mate de achterstand, welke de uitkeringen en pensioenen de voorbije decennia op de loonontwikkeling hebben opgelopen. Anderzijds geeft men er de intentie aan, om in de toekomst op gezette tijden bepaalde aanpassingen aan de uitkeringen in overweging te nemen. Heel wat aangekondigde maatregelen houden  hoofdzakelijk de verbintenis is om zich over de wenselijkheid van een aanpassing uit te spreken. (van een automatische koppeling van de uitkeringen aan de reële loonstijging is er geen sprake)

Hoe dan ook, de tot heden genomen en voorziene maatregelen m.b.t. de laagste pensioenen, en voor zover die er zijn op de uitkeringen, zijn enkel als compensatie voor de sinds jaren opgelopen achterstand op de loonontwikkeling.  

De belastingsverminderingen betekenen, naast index- en Cao-verhogingen een derde factor waardoor de netto inkomsten verhogen. Het is juist deze laatste factor, die volgens de regering zorgt voor de welvaartstijging. Wie geen belastingen betaald heeft bij vermindering van belastingen ook geen verhoging van zijn netto-inkomen, en dus ook geen welvaartstijging.

 

Van de toentertijd beloofde toeslag voor de niet belastbare lage inkomens is er echter tot heden niets terechtgekomen, ja zelfs niets meer te horen. Als gevolg daarvan zien de minder fortuinlijken in onze maatschappij hun, zo al niet riante koopkracht (verder) achteruitgaan.

 

Het feit dat procentuele index- en andere verhogingen, alsook procententule belastingsverlagingen het verschil in geldwaarde en koopkracht, dus het verschil in levensstandaard, tussen de onderscheiden sociale bevolkingsgroepen steeds groter maakt, is op zich al een contradictie met één van de voornaamste principiële streefdoelen van het socialisme. Maar er gelaten op toezien dat de minder bedeelden in onze maatschappij geen deel hebben aan de welvaartstijging is voor socialisten zelfs een misdaad.

 

Voor socialisten moet het ideologisch onaanvaardbaar zijn dat een overheid, enerzijds voldoende middelen schijnt te hebben om aan zijn burgers te vertellen dat het zodanig goed gaat dat hij gerust wat minder kan bijdragen aan de gemeenschap, om zich anderzijds tegenover de minderbedeelden te verontschuldigen dat men wegens geldgebrek hen niet op gelijkwaardige wijze kan behandelen.

 

Laat de échte socialisten nu opstaan…

Hoe vind je dit bericht?
Geschreven door Renaat om 00:00 Reageer op dit bericht Stuur door

Seksuele opvoeding blijft ouderwets

Een moeder die haar veertienjarige dochter de gelegenheid gaf om onder haar dak met haar vriend te slapen, werd door de rechter veroordeeld. Op veertien jaar is een kind volgens de wet namelijk nog niet volwassen. Zowat elke volwassene had meteen daarna een mening te verkondigen over 'de jeugd' - al dan niet gegrond. Over seks en jongeren doen vaak de vreemdste geruchten de ronde, niet in het minst bij de jongeren zelf.

Uit een recente bevraging van 526 Vlaamse jongeren blijkt dat 20% van hen al voor hun zestiende seksueel actief waren en 90% heeft daar achteraf gezien geen spijt van. Ondanks allerhande campagnes en affiches doet 16% van hen het ook nog eens onveilig.
Precies omdat jongeren er steeds vroeger aan beginnen, gaan stemmen op om de leeftijd van seksuele volwassenheid te verlagen. Vraag is of dat wel een goed idee is. Volgens de wet kan een 16-jarige zelfstandig beslissen. Die leeftijdsgrens is er om jonge mensen te beschermen tegen ongelijke machtssituaties. Daartegenover staat de mening dat men jongeren niet kan verplichten te wachten om de stap te zetten. Of iemand klaar is voor seks, hangt af van de persoon, stelt men. Kinderrechtencommissaris Ankie Vandekerckhove vindt het nogal zinloos dat de wetgever zich moeit wanneer mensen gewoon de liefde bedrijven. Volgens haar is het even zinloos als in het wetboek eeuwige trouw voor te schrijven aan mensen die trouwen en is het dus niets meer dan een symbolische wetgeving.

Mijn inziens kan men verantwoordelijkheid enkel dragen als men er de middelen toe heeft en tevens ook de gevolger ervan aankan. Wat het gebruik van softdrugs betreft, meent men terecht dat minderjarigen niet in staat zijn om zinvol om te gaan met de gevaren en gevolgen van drugs. Hoe kan men dan stellen dat men in het algemeen op 16-jarige leeftijd, laat staan nog jonger, verantwoordelijk genoeg zou kunnen zijn om alles in het werk te stellen ten einde een dodelijke geslachtszieke of zwangerschap te voorkomen?

Een haalbaar compromis voor voor- en tegenstanders is van het “veilig vrijen” een maatschappelijke prioriteit te maken. Uit de enquête blijkt namelijk dat 16 procent van de jongeren het onveilig doet - dus zonder bescherming tegen zwangerschap of ziektes. Voor zover ze dat ooit is geweest, dient gezegd dat de seksuele opvoeding nog steeds niet is aangepast aan de huidige normen die jongeren daaromtrent aan de dag leggen. Er is geen duidelijke richtlijn, laat staan een wettelijke bepaling i.v.m. Seksuele opvoeding in de scholen. Sommige scholen geven consequent en heel doorgedreven seksuele opvoeding, andere nodigen één keer een spreker uit en vinden dat daarmee is hun taak volbracht is.'

Daartegenover kan men de zaak ook positief bekijken omdat 84 procent van de jongeren wel veilig vrijt en dat is een zeer mooie score. Het spijtige is inderdaad dat veel opvoeders op scholen de leeftijdsgrens van de seksuele volwassenheid zien als een uitvlucht om hun leerlingen niet in te lichten over seks. De seksuele voorlichting op school zou een integrale aanpak moeten hebben, waarbij relationele én seksuele aspecten aan bod komen.
Is er iemand op het kabinet van Onderwijs die daar werkt wil van maken?

Renaat Van Poelvoorde

Hoe vind je dit bericht?
Geschreven door Renaat om 23:17 Reageer op dit bericht Stuur door

Het onverenigbaar Europa

Betekent reflectie stilzwijgen? Al lees ik in het woordenboek een andere omschrijving van dit begrip, toch is het relatief stil geworden sinds de bevolking van de landen waar men de goedkeuring van Europese Grondwet aan een referendum koppelde, resoluut afwees.

Besluiten zullen er, hoe dan ook, ten goede of ten kwade, genomen moeten worden over het Europese proces.

Onze eerste minister, Guy Verhofstadt, liberaal, tracht met zijn boek ‘De Verenigde Staten van Europa’ daar weer vaart in te krijgen. Alhoewel het boek sympathiek en zelfs visionair oogt, is het vooral wereldvreemd en dus eerder onschadelijk. De reacties zijn dus eerder negatief. Alleen de term al, een Verenigde Staten van Europa, doet natuurlijk veel regeringsleiders huiveren. Het staat bol van klassieke steeds weerkerende liberale, en voor sociaal ingestelde personen, zoals ik, stilaan ergerlijke recepten: meer banen door succesvolle concurrentie, meer flexibiliteit, verlenging van de arbeidsloopbaan, en verschuiving van directe naar indirecte belastingen. Zoals een gedegen promotor van een kapitalistischt-liberaal Europa doet onze wonderboy echter geen voorstellen voor de democratisering van de Europese instellingen. Positief is dan weer dat Verhofstadt waarschuwt dat er een regelrechte dumping tussen de lidstaten dreigt, die de sociale bescherming in Europa aantast.

Zoals dat bij meerdere zaken het geval is zijn de socialistische en andere links partijen verdeeld over het neoliberale karakter van de Europese Grondwet. De ‘linkse’ voorstanders van de grondwet stellen dat het neoliberaal project iin de grondwet dat eenzijdig gericht is op marktwerking, nogal meevalt omdat de diensten van algemeen belang kunnen uitgezonderd worden van de vrije markt. Hoe dan ook: uitzonderingen zijn uitzonderlijk. Voor liberalen, in 1996 verwoord door Frits Bolkestein is één ding duidelijk: “Europa zal liberaal zijn, of zal niet zijn.”

Velen van de linkse parlementaire voorstemmers hebben zich waarschijnlijk laten meeslepen door de noodzaak van versterking van de Europese Unie. Zij zien een verenigd Europa als middel en noodzaak tegenover de multinationale bedrijven, de macht van de Verenigde Staten van Amerika, de pogingen om de welvaartsstaat af te bouwen, de criminaliteit, en de oorzaken van het terrorisme. Door zich daar al te veel op te focussen realiseren zij zich onvoldoende de gevaren van het Europese grondwettelijke verdrag. Er is immers niets vastgelegd om te vermijden dat basisteksten kunnen worden geblokkeerd door één of een beperkt aantal lidstaten. Eens het grondwettelijke verdrag was aangenomen zou het bijzonder moeilijk te wijzigen zijn geweest.

Aan de andere kant hoeft men geen econoom te zijn om te zien dat de Europese economische machtsgroepen er alle belang hebben bij een geglobaliseerde economie en een grote, sterke Europese thuismarkt. Voor hen dienen de noodzakelijke wetten en regels in een zo neoliberaal mogelijk verdrag te worden opgesteld. Met andere woorden: zorg voor een zo verdeeld mogelijke Europese besluitvorming. Het gevaar bestaat dus dat met het stranden van het grondwettelijke verdrag zou een stap is gezet in de richting van het door hen gewenste Europa.

De uitvoering van een gedeelte van de Europese grondwet zou de Europese Unie democratischer en socialer kunnen maken. Een beperkt verdrag waarin de democratisering van de Europese Unie door versterking van de macht van het Europees Parlement wordt benadrukt ligt binnen de mogelijkheden. De wetgevende macht hoort bij het Europees Parlement te liggen. Doorbreking van het monopolie van het wetgevend initiatiefrecht door de Europese Commissie is noodzakelijk, net zoals het wenselijk is de voorzitter van de Europese Commissie te laten verkiezen door het Europees Parlement. De samenstelling van het Europees Parlement zal meer evenredigheid moeten tentoonspreiden en dus de grootte van verschillende bevolkingsgroepen moeten weerspiegelen.

De ‘Verenigde Staten van Europa’ is misschien op zich nog niet zo’n gek idee. Maar dan wel op een radicaal andere manier dan Verhofstadt voorstelt. Een eerste stap is echte democratisering van Europa. De huidige Verdeelde-Verenigde Staten van Europa leveren alleen maar verliezers op.

Hoe vind je dit bericht?
Geschreven door Renaat om 00:00 Reageer op dit bericht Stuur door

De niet-werkende Vlaming

Met de regelmaat van de jaargetijden komt één of andere liberale conifeer aandraven met een voorstel om de werkloosheidsuitkeringen te beperken in de tijd. Bij het  doorbreken van de zomer meent  VLD-voorzitter Bart  Somers het raadzaam om het monster van Lochness van de Wetstraat terug boven te halen, goed wetende dat het traditioneel gedoemd is om even later weer in alle stilte te verdwijnen.

Uiteraard blijven de vakbonden en de socialistische Walen zich daar halsstarrig tegen verzetten. Maar ook bij de andere Vlaamse partijen kan de voorzitter van de Vlaamse liberalen niet meteen op veel steun rekenen, temeer omdat zelfs de federale oppositiepartijen het paarse activeringsbeleid steunen dat werklozen verplicht, op straffe van een schorsing van hun uitkering, om actief naar werk te zoeken.

Bart Somers is uiteraard geen dommerik en weet dat zijn voorstel niet de minste kans maakt, maar met het oog op de nakende verkiezingen, gebruik  hij de niet-werkende Vlaming om zichzelf en zijn partij, te profileren. Beetje raar vind ik, want daarmee negeert hij in feite het door zijn eigen regeringspartij gesteunde activeringsbeleid.

Ons zogenaamde ‘eeuwigdurende’ recht op stempelgeld mag dan uniek zijn in de wereld, en het beperken in tijd mag dan  het voordeel van de duidelijkheid hebben, de vraag is of het correct toepassen van de activeringsmaatregelen niet grotendeels hetzelfde, maar bovendien ook een rechtvaardiger effect hebben. Bovendien dumpt een tijdelijke werkloosheidsvergoeding een deel van de langdurig werklozen in het stelsel van het leefloon of de langdurig ziekteverzekering, waardoor ze dus afhankelijk blijven van de sociale zekerheid. Veel verschil in het totale bedrag van de sociale zekerheidskosten zal dat echt niet maken. Men hoeft trouwens geen fundamentele socialist te zijn om te stellen dat het feit dat werklozen die niet inschakelbaar zijn op de arbeidsmarkt blijvend een beroep doen op de sociale zekerheid, sociaal ook volledig te verantwoorden is.
Volgens de huidige wetgeving verliezen werklozen die wel inzetbaar zijn op de arbeidsmarkt en waarvoor een blijvend beroep op de sociale zekerheid dus niet te verantwoorden is, bij weigering van aanvaarbaar werk, hun uitkering.

Het is dus kwestie van gewoon de voorziene regelingen toe te passen, in gans het land volgens de zelfde normen. Asociale en, in de ogen van liberale ‘hard werkende vlameningen’ populaire alternatieven zijn geen oplossing voor een probleem dat zichzelf oplost als bestaande wetten eerlijk en deficiënt worden toegepast .

Renaat van Poelvoorde.  
Hoe vind je dit bericht?
Geschreven door Renaat om 12:54 Reageer op dit bericht Stuur door

Sociale opvoeding

Elke pedagoog zal je vertellen dat duidelijkheid, zekerheid en consequentie tot de belangrijkste grondslagen van de opvoeding behoren. Uit ervaring weten ouders dat iets verbieden en/of verplichten nutteloos is als men er geen gevolgen aan verbindt indien het verbod of gebod, niet wordt opgevolgd. Het is vanzelfsprekend dat de frequentie en de soort van die gevolgen dient gerelateerd te zijn aan de ernst van de feiten, al doet dit niets af aan de noodzaak van het gevolg op zich.

Ook op het gebied van de sociale opvoeding (de samenleving) geldt dezelfde regel. Ook de overheid moet inzake de verplichtingen en verboden, waarvan de gemeenschap in haar geheel zelf vindt dat zij moeten worden opgelegd, duidelijkheid en consequentie nastreven, zodat de burger zekerheid heeft over zijn rechten en plichten, weet wat hij mag en niet mag doen, en wat de gevolgen zijn indien hij zich niet gedraagt volgens de wettelijke en sociaal aanvaarde normen.

Het feit dat de magistratuur zelf wereldkundig maakt dat zij bij gebrek aan tijd en middelen niet in staat is haar belangrijkste rechtsstaatkundige verplichting (vervolging, beteugeling en bestraffing) op alle niveaus te vervullen, is een bevestiging van wat de burger de laatste decennia in steeds stijgende mate heeft ervaren. Het ergerlijke is echter dat de magistratuur zelf, daarin gemakshalve gevolgd door de verantwoordelijke beleidsmakers, zich daar bij neerlegt en zodoende steeds meer delicten onderaan in haar prioriteitenlijst plaatst. Daardoor worden er in de praktijk steeds meer ‘kleine’ overtreders en misdadigers buiten vervolging gesteld. Men kan het de controlerende en vaststellende ambtenaren (politie) dan ook niet kwalijk nemen dat men het controleren en vaststellen van dergelijke feiten dan ook nutteloos vindt en ze liever uit de weg gaat.

Als voorbeeld van een goede sociale opvoeding kan dat tellen. Waarschijnlijk wordt de volgende stap dat men, analoog aan de drugwet, een wet maakt waarin men winkeldiefstallen, gauwdiefstallen, kleine vernielingen en in gevechten ontaarde ruzies, nog steeds als verboden en strafbaar stelt, maar waar men bepaalde grenzen aangeeft waarbinnen deze niet meer vervolgd worden, en dus geen uitvoering meer geeft aan de strafbaarheid er van. Met andere woorden: Je mag het niet doen, maar als het niet te erg is zien wij dat door de vingers.

Als dit signaal de groep potentiële gauw- en winkeldieven, alsook het aantal vernielzuchtigen en vechtersbazen nu in dezelfde mate gaat uitbreiden als dat via de drugwet bij de softdruggebruikende jongeren het geval is, staat een politieke partij zoals het Vlaams Belang  nog een mooie toekomst te wachten. Het moet voor Filip De Winter en Gerolf Annemans leuk zijn om te ervaren dat hun politieke tegenstanders gratis en voor niets zo veel positieve inbreng hebben in de verkiezingscampagne van het voormalige Vlaams Blok.

De verkiezingshow op zondagavond 8 oktober op VRT-1, waar men voor de zoveelste keer zich verbijsterd zal afvragen waarom er weer zoveel ‘mestkevers’ zijn bijgekomen, wordt wellicht een leukste show, al zal het wellicht niet de laatste show zijn…

 

Renaat Van Poelvoorde

Hoe vind je dit bericht?
Geschreven door Renaat om 08:45 Reageer op dit bericht Stuur door

Meer van Renaat's standpunten

↑ Terug naar de berichten