gedichtje van mijn vader
zo bruinen is haar brauwen paar
zo liefelijk overwelvend
twee ogen stralend blauw,
wacht zij, dan acht hij die lijd
zijn lijden nimmer groot.
een blomme van warmte zijn hare wangen rozerood
haar gang is harmonie,
haar voet verraad de fraaie bouw eens lichaams,
waar een heilige de hemel
voor vergeten zou,
maar wat ik roem ,ja
goddelijk noem,
is dat ze mij gaarne ziet.













