Tijd zat
TIJD ZAT
‘De tijden veranderen.’ ‘De tijd staat niet stil.’ Hela, een minuutje. Er verandert helemaal niks aan de tijd. Alleen prutst er soms eens een paus of een keizer aan de kalenders en de jaartelling. Da’s alles. Voor de rest ligt het aan ons. Tijd tikt niet. Het is het hart dat slaat. Het zijn gewoon de mensen die veranderen, zeg maar: verouderen. Dat begint al als kind. Kreukvrij ben je nooit. Met Nieuwjaar zegt je poedersuikertante dan tegen je: ‘Wat ben je groot geworden, zeg.’ Of: ‘Wat ben je gegroeid.’ Ja, je kunt eigenlijk moeilijk kleiner worden, of jonger. Jammer. Krimpvrij ben je dus ook ietwat. Maar zoveel is zeker: de tijd van nu is de tijd van toen en van straks. Wat er wel verandert, gebeurt door de ingrepen van de mensen: levensomstandigheden, kuren, pillen om niet te sterven, remedies, therapieën, opinies, regeringen, de hele reutemeteut kortom. Om de tijd te kunnen meten en er de baas over te spelen, hakken we die in mootjes, zodat we een menselijk overzicht blijven behouden: eeuwen, jaren, maanden, dagen, secondes. Maar de ruimte verandert wel, onder onze invloed. Of vanuit ons gezichtspunt. Een Chinees schoolkind leert zijn geschiedenis vanuit een ander standpunt dan het onze. (Toen ze daar al hoogontwikkeld waren, knuppelden ze hier elkaar met knotsen dood). Een middeleeuwse dorper zou nooit kunnen denken hebben dat de lucht die hij inademde ooit een probleem zou worden. De mens heeft alsmaar versnellingen aangebracht in de wereld: het vuur (rapper warm, rapper gaar, rapper veilig), het wiel (rapper vooruit), de trap (rapper naar omhoog), het geweer (rapper dood), de boekdrukkunst (rapper nieuws), de chip (rapper communicatie), ai (rapper slim). Sommige zaken zijn ‘van alle tijden’, zoals ze zeggen. De rest is pretentie. Het is pretentieus een horloge om je pols te binden en zodoende te denken dat je de tijd aan banden kunt leggen. Resultaat: ‘Ik heb geen tijd (meer)’ – ‘Het is te laat’. Welaan dan. Kome de wintertijd, de zomertijd. De enige zekerheid hierbij is: licht en donker. Daartussen: leven. Tussen geboorteschreeuw en doodsreutel situeren zich het lawaai, het wapengekletter, de facturen, de zandstormen. Veranderingen, ingrepen. Maar voor de rest blijft er riet groeien langsheen de Nijl, de Tigris en de Eufraat. Soms drijft er een mandje in, bemand door een baby: Mozes. Soms verdwaalt er een afgeschoten piloot in. Nee, de tijd tikt niet. Het is het hart dat slaat, die verdomde tikker. Tijd is alleen maar uitgevonden om te beletten dat alles tegelijkertijd gebeurt. Time? Time is always and never on our side. Zonde van elke seconde.
JORIS DENOO

