Naar de inhoud

SCHUINE TEKSTEN

COLUMNS
seniorennet.beseniorennet.be

Berichten van 1 januari 2026 tot 31 december 2026

Dof maar duidelijk

DOF MAAR DUIDӘLӘK

Beste taalschatjes, ik doe een voorstel dat beantwoordt aan logica, pragmatiek, haalbaarheid en taalgevoel, waar dat laatste zich ook moge bevinden. Het gaat over de doffe e, de zogenaamde sjwa ofte schwa. Hij is dus dof, oké. Bepaalde woordenboeken noemen hem zelfs ‘toonloos’ Andere leerboeken hebben het zelfs over de ‘stomme e’. Je moet je lippen niet bewegen als je die stommeling uitspreekt. Je ziet hem niet eens, mocht je al liplezen bedrijven. Het is zo’n beetje een luie klank. Je hoeft er niet veel inspanning voor te doen. Daardoor onderscheidt hij zich van alle andere klanken en klinkers. Hij staat dus ook altijd in een onbeklemtoonde, doffe lettergreep. Hij vormt echt wel een eenmanscategorie. Maar er rijst een groot probleem voor kinderen en anderstaligen die onze taal willen leren schrijven. Onze fameuze sjwa ofte doffe e vermomt zich graag in allerlei verschijningen. Dat veroorzaakt problemen bij het lezen en bij het schrijven (en natuurlijk ook bij het aanleren). Even het rijtje aflopen van enkele vermommingen. De kapitaal gedrukte letters (of het apostrofje) vormt/vormen telkens de doffe e: EEn, dE, hEt, ‘n, m’n, z’n, Er, d’Er, lelIJk, bEzittEn, gEdaan, kattEn, mIJn(onbeklemtoond), zIJn (idem), mE, jE, zE, wE, havIken, luiwammEs, LothAringen, sinAAsappel, avOnd, BussUm. Er zijn nog gevallen. Die sjwa komt dus heel vaak voor, het vaakst van alle klanken: in lidwoorden en in meervouden bijvoorbeeld. En in ‘er’. Soms komt hij tot driemaal toe in een woord voor: ‘vErrukkElIJk’. Hij wordt, wat schrijven betreft, verward met de gedekte e van ‘bek’ en ‘kef’ en met de vrije e van ‘peter’ en ‘lepel’. Hij veroorzaakt daardoor natuurlijk ook uitspraakproblemen voor kinderen en anderstaligen. Bovendien: leest/interpreteert u maar eens woorden als ‘negeren’, ‘bedelen’ en het beroemde ‘bommelding’. Daarom dit voorstel: we gaan die dofferd een apart teken geven. Het moet gedaan zijn met die dubbel-, wat zeg en schrijf ik: meerzinnigheid. Je kunt maar één leven leiden, geen zeven. En waarom zouden we niet het teken gebruiken dat er in het fonetisch schrift al voor gereserveerd is? Die omgekeerde e? De [∂] dus? Hij zit zelfs al in uw computer, onder ‘symbolen’. Die ingreep zou ten minste veel verwarring uitsluiten. Dat teken zelf is niet zo revolutionair: je zet gewoon de meest bekende letter uit ons alfabet op zijn kop. Van een zachte revolutie gesproken. Ook in het letterlijke schrift, echt schrijvenderwijs dus, levert de verbinding tussen dat omgekeerde kereltje en zijn voorganger en achterligger geen problemen. Probeer het maar, dat aardige lusje; het is nog leuk ook. Waar parkeren we nu deze dofferd in het alfabet? Ofwel helemaal voorop, want hij komt het meest voor, ofwel als rode lantaarn, want hij is ook maar een doffe nieuweling.

Voor alle duidelijkheid betreffende deze doffe ellende: het gaat er me dus niet om het arme kereltje af te schaffen. Alleen: hij moet een apart schriftteken krijgen. Hij wordt dus opgewaardeerd. Mijns inziens zou dat een veel zinvoller spellingingreep zijn dan dat salongemompel over de spelling anno 1995, waar een beukenboom naast een lindeboom geplant werd. Idem dito 2005. Zit God immers niet in het detail? Mogen we dan niet even zinvol vitten? Dof maar duidelijk. Van harte: Jorəs Dənoo.

JORӘS DӘNOO

Geschreven door Joris Denoo om 09:44 Stuur door

Kroniek

KRONIEK              

Dit is een verhaal over mijn dorp. Het is echt gebeurd. Ik zweer het op de Rollen van de Dode Zee. Weer of geen weer: we kunnen niet om de vergrijzing van ons klimaat heen. De lentes en de zomers zijn niet meer zoals in de vorige eeuw. Op 2 juli van het scharnierjaar 2000 floepte om 16:01 in de middag de straatverlichting in de randstedelijke gemeente Heule aan. (Population: 17 000 m/v/x/etc en een paardenkop). Een indrukwekkend onweer naderde. Het bleef maar naderen. De Vlaamse luchten vertoonden het hele gamma aan grijswaarden. Lijkwitte duiven zwierden statig in de loden geladenheid van het zwerk. Een uil dacht dat het nacht werd (daarom was het ook een uil) en verliet het galmgat in zijn kerktoren. Hem wachtte misschien een rat. Om 18:06 voorspelde een glimlachende weervrouw na het vroege avondjournaal alom overstromingen. Het betrof een ernstig te nemen waarschuwing. Op de tweede o van ‘overstromingen’ deed zich een algehele elektriciteitspanne in Heule, West-Vlaanderen voor. Die had niks met dat naderende onweer te maken. Wel met een rat die een flinke kluif had gehad aan een belangrijke kabel in de omgeving. (Ach, stel je voor dat je een kaars brandt om je huis te beschermen tegen allerlei onheil en dat je huis door simpele onoplettendheid net daardoor in de fik vliegt! Een eeuwigdurende vlam, als het ware. Ik bedoel maar: het is altijd uitkijken geblazen). Het distributiehuisje ontplofte; de rat werd herleid tot smurrie. Men weet het euvel aanvankelijk aan blikseminslag. Dat euvel bleef maar duren. In Frankrijk werd de eerste rit-in-lijn van de gelijknamige Ronde gereden. In de Rotterdamse Kuip gaven Italië en Frankrijk elkaar partij in de E.K.-voetbalfinale. Er was ook tennis en formule1-geloei. Een ware sporthoogdag, voorwaar. Alle fauteuils en sofa’s zouden volzet geweest zijn. Topsport met de afstandsbediening aka zapper. Helaas: zowel de magnetrons als de telefoontoestellen in het Zuid-West-Vlaamse Heule gaven verstek, om van het allerergste nog maar te zwijgen: de televisietoestellen. Kaarsen en batterijen kregen een grotere marktwaarde. Maar het was dus na ampel onderzoek een simpele grijze rat gebleken. Het onweer dreef over; de aangekondigde overstromingen, meervoud, beperkten zich tot plaatselijk rioolgekolk en extra gegorgel in goten. De Heulse brandweer laafde zich in een café zonder voetbal en muziek. De ex-rat werd postuum nog getroffen door een verdwaalde vogel. Ge zoudt al een uil moeten zijn om daar niet van te profiteren. Gefundenes Fressen noemen ze dat in een andere taal. Ja, in mijn dorp gebeurt er altijd van alles.

JORIS DENOO

Geschreven door Joris Denoo om 09:49 Stuur door

Gezwommen hond

GEZWOMMEN HOND          

Kijk, dat is nu net het verschil tussen poëzie en alle andere mededelingen: een ‘gezwommen’ hond is nog iets anders dan een ‘natte’ hond. Dat dacht ik toen ik … maar ik loop vooruit. Eerst dit: de steenrijke linkshandige Arabier Osama-in-den-Hoge was ook in ons stamcafé De Woede der Noormannen een tijdlang het gespreksonderwerp. Eindelijk hadden we nog eens een serieus gesprek, na een groot debiet aan ge-e-mailde moppen en internethumor. ‘Die rijkeluiszoon zit goed in de olie,’ zei Alverman. ‘Hij heeft geen buiten-, maar een binnenverblijf onder de grond.’ ‘En dan moet je weten dat het symbool op de Amerikaanse greyhoundbussen de Afghaanse windhond is!’ merkte Veltekort op. Diens jaren van verstand waren eindelijk aangebroken; we feliciteerden hem met zijn opmerking. Alleen Bismark, de caféhond, zweeg hierbij in alle talen. Hij zag er altijd uit als een gezwommen hond: niet nat, maar grondig moe, en zo … zo honds. Hij sleepte zich als een soort te groot en te lui geworden horecacocker door het bestaan op deze blauwe plek in het heelal. Onze blikken gleden even naar zijn vaste stek op de mat aan de deur, waar hij gewoonlijk als tochthond postvatte. Smalle Geboorte mompelde iets over slapende honden. ‘Hm,’ gromde cafébaas Sjapoo, in plaats van zijn huisdier. Vervolgens filosofeerden we over de kwestie waar we zelf onze kamikazevliegtuigen in onze randgemeente neder zouden laten ploffen. Diverse verzekeringsmaatschappijen en banken kwamen in aanmerking, omwille van hun lelijkheid. Iemand opperde ook: ‘De kerk.’ Een ander: ‘Het cultuurcentrum.’ ‘Hangt er van af wie er dan in zit.’ ‘Als het maar niet op mijn dak is,’ zei Sjapoo. ‘Weet je wat ik ga doen? Ik ga mijn Heilige Rita halen en er een kaars voor branden. Ze komt van de rommelmarkt in Doornik en ze helpt tegen hopeloze gevallen.’ ‘Wat heeft dat er nu mee te maken?’ vroeg Pallas Athena. ‘Hij bedoelt dat we zelf de hopeloze gevallen zijn,’ antwoordde Veltekort in zijn plaats. ‘Het is tegen de biologische en chemische oorlogsvoering, voilà,’ zei Sjapoo, en hij voegde de daad bij het woord. Zo kabbelde onze avond rustig verder, bij het geflakker van een kaars en het gelonk van de H. Rita op de vensterbank, in een tijd waar de voorraad vrede weer eens opgebruikt was. Helaas … Sjapoo vergat het ding toen hij slapen ging. De Woede der Noormannen ging die nacht in vlammen op. Sjapoo, tapheer, en Bismark, gezwommen hond, stierven in de vuurzee. Ze gingen dus niet dood door miltvuur of terrorisme, maar door doodgewoon vuur en onoplettendheid. Je zult maar een kaars ter bescherming van je huis aansteken en daardoor je woning in vlammen zien opgaan … Allemaal de schuld van Osama.      

JORIS DENOO                    

Geschreven door Joris Denoo om 08:39 Stuur door

Snooker

SNOOKER                    

Snooker is een heerlijke zaterdagsport. Je hebt er alleen een scherm voor nodig. En een portie schermtijd. Indien mogelijk ook een stevig potje herfstweer buiten en een volslanke whisky binnen. Voorjaar mag ook. Een nieuwe lente, een nieuw geluid van ballen. In The Crucible in Sheffield, het heiligdom van snooker. Het blauwe of het groene laken strekt zich voor je uit. Twee feestelijk gestrikte Engelsmannen (en de laatste jaren ook diverse buitenlanders) breien met hun keu fraaie valstrikken op het ballenveld, waar ook zes gaten in zijn. Uitwendig kalm, inwendig een mijnenveld, proberen ze ballen te ‘potten’ in die gaten. Of beter en liever, als dat onmogelijk blijkt te zijn, proberen ze mekaar te ‘snookeren’: de ander beletten te potten of de juiste bal te toucheren. Levert punten op. Er heerst een gewijde biljartstilte; er mag alleen gepreveld worden. De te winnen bedragen zijn groot. De snookerboys zijn helden. De scheids draagt fluwelen hagelwitte handschoenen om de ballen op verzoek van de speler desgewenst een wrijfbeurt te geven. Vooral zo’n zaterdagmiddag languit voor het BBC-scherm is een weldaad: paardenkoppen, biljartballen, rugbygras, de witheid van cricket, het groene golfen, wedstrijden schapen drijven onder bloemkoolbewolking en heerlijke Schotse regen. Dat ellendige Vlaamse oorlogje om de kijkcijfers is dan ver weg. Er hangt nog altijd een rokerige cafésfeer rond het biljart. Een vrouwelijke competitie is er ook wel, maar wellicht maken vrouwen elkaar liever af met keiharde aces op de tennisvelden. Snooker zou misschien een van de weinige sporten kunnen zijn waarin mannen zich met vrouwen kunnen meten, of omgekeerd. Schaken ook. Mengpanelen gevraagd. Dat brengt me op een ander dwaalspoor. Waarom zijn er onder de chef-koks zo weinig vrouwen? Iemand opperde dat het met kinderen en gezin en verantwoordelijkheden en taakverdeling thuis te maken heeft. Gebroed bemoeilijkt gebraad. Maar, dacht ik zo, er zijn toch ook talrijke carrièrevrouwen bekend? Niet alleen de bekende clichébeelden van de vrijgezelles-in-mantelpakje die mannen vreten en die echt niet gemist kunnen worden? De versplinteraarsters van het glazen plafond? Nu, dit is een dwaalspoor. Terug naar de masculiene snookertafel: de mannen hebben de ballen. En altijd worden de ouder wordende knarren onverbiddelijk opgevolgd door de jongere turken. Ik herinner me nog ‘The Hurricane’, ofte Alex Higgins: antiheld, enfant terrible, drankorgel. Hij combineerde talent met wangedrag. Na een schorsing lukte zijn comeback niet meer. Hij ondervond te veel zijwind: drank, vrouwen, leeftijd, grilligheid, nukken, tegenvallers. Hij speelde ongemeen vlug, terwijl snooker zich meer afspeelt in slow motion. Ondertussen is hij al meerdere keren opgevolgd en overklast. Davis, Hendry, O’Sullivan, Trump. Maar dat waren nog eens tijden. Gewoonlijk op zaterdagen. Dàt zijn pas gezegende dagen.  

JORIS DENOO

Geschreven door Joris Denoo om 09:25 Stuur door

Paap

PAAP

(Een stukje ‘Gewijde Geschiedenis’)

(01) Op een valavond in april 2005 werd de oude Duitse kardinaal Ratzinger de 265ste paus. De rookontwikkeling van het oubollige kaduke Vaticaankacheltje binnen in de Sixtijnse kapel was zo onverwacht hevig dat de bejaarde kardinalen half groggy ijlings hun stem uitbrachten. Ze hoestten zowat hun roodkapjes van hun kruinen. Door deze haastklus – een regelrecht gevolg van dat kaduke kacheltje – werd de oude Beierse kardinaal Joseph Ratzinger de nieuwe paus. Voorheen was hij immers ook alom gedoodverfd als de grote kanshebber. De kardinalen steunden dus de bookmakers, terwijl ze eigenlijk in de waan waren dat de Heilige Geest (in de gedaante van grijze rook, die noch wit, noch zwart was of dat wilde worden) hun stemgedrag dicteerde. Hun opwelling schreven ze aan hogere machten toe.

Vrouwen over de hele wereld zaten door deze verkiezing in de rats. Er fladderden wel wat glimlachende nonnen als zwarte vogels over dat St. Pietersplein, maar de rest van de niet-mannen zat met de gebakken peren. Hun reacties spraken boekdelen:

‘Het is een Duitser.’
‘Het is een Duitser in vrouwenkleren.’
‘Het is een zeer oude Duitser in vrouwenkleren.’
‘Roodkapje is Sneeuwwitje geworden: oma is dood, de wolf is verjaagd, de dwergen gaan nu zeven jaren lang het bos kappen.’
‘U spreekt in raadsels.’
‘Hij daar ook. En hij gebruikt er nog een schuilnaam voor.’
‘Ja: we zijn er goed mee gezegend!’
‘Die draait de klok met één zwier terug naar de tijd van toen ze nog dachten dat de aarde plat was.’
‘ … zo plat als een vijg uit de Heilige Schrift.’
‘Ja: straks haalt hij Galilei weer uit de kast om die te weerleggen. Let maar op mijn woorden.’
‘Diene Duits gaat ook hele continenten decimeren.’

(02) In het belang van het onderzoek verzwijgen we hier ook niet de positieve reacties:

‘Ja … het is een Beierse Duitser … en dan?’
‘Wel eh … ‘
‘Het moet toch iemand zijn, hé?’
‘Hij was tegen zijn zin lid van die bruine jeugdbeweging, hoor!’
‘Het is toch om het even wie Christus op aarde vervangt?’
‘De Italianen raken hem al een beetje gewend.’
‘Hij spreekt zes talen.’

(03) Het deed tevens de ronde dat deze nieuwe oude paus liever boeken had geschreven dan Petrus op te volgen. Maar gedane zaken nemen geen keer: de Heilige Geest, deze vrome kettingroker, had beslist.

(04) Danneels uit Kanegem/Mechelen, kardinaal, gepolst naar een reactie:

‘Oef!’
De Belgische pers, collectief: ‘Eh?’
‘Wel: hoe zou u zelf zijn?’
Begrip alom.
De Belgische ex-kanshebber was een kathedraaltje van diplomatie. Hij was druk bezig met andere zaken in de doofpot te stoppen.

(05) De Zwitserse Wacht keek neutraal toe. Hun bloedsomloop vormde hun grootste probleem.

(06) Habemus Papoea? Neen. De sluipschutter, in een helikopter van de geheime dienst boven het Vaticaan cirkelend, pakte opgelucht zijn moordtuig weer in: de nieuwe paus was noch zwart, noch latino, noch piloot, noch muzikant, noch jong. Een paar uur later werd de schutter zelf grondig uit deze materiële wereld verwijderd door diezelfde geheime dienst van Vaticaanstad. Hij werd boven Sicilië ‘in his birthday suit’ uit de helikopter geduwd. Ten gronde duurde het amper enkele onbewaakte minuten vooraleer hij voorgoed van de aardbodem verdwenen was.

(07) Wat deed Joseph Ratzinger de dag na zijn verkiezing? Hij maakte zich sterk dat zijn beroemde voorganger de grote wereldgeheimen ergens op kattebelletjes had neergekrabbeld en dat hij die in zijn appartement had verborgen. Dus eiste hij twee pauselijke uren voor zich alleen op en ging onder het mom van sanitaire en andere badkamerbehoeften op zoek. Een laatste al te opdringerige pottenkijker wees hij de deur met de opmerking: ‘Ik wil voor een tweede keer mijn tranen de vrije loop laten, gun me dat alstublieft.’

De buit was schaars:

  1. Een woordenboek Pools-Italiaans.
  2. Enkele audio-cd’s om Esperanto te leren.

(08) De reisbureaus deden ondertussen gouden zaken. Een flink aantal roodkapjes (sommigen onder hen zwaar ontgoocheld) boekten hun terugreis. Alleen de gegadigden voor de Curie bleven in Rome hangen. De vele Polen deden aan carpooling. In deze rangen vielen een behoorlijk aantal naakte ontslagen te noteren. Omgekeerd kwam dan weer vanuit Duitsland, zegge en schrijve Beieren, een kleine blitzkrieg tot stand: Benedictus XVI zou wel hulp kunnen gebruiken zeker?

(09) De educatieve uitgevers in Gutenberg-Duitsland wreven zich in de handen: de Duitse schoolboeken Gewijde Geschiedenis en Wereldoriëntatie konden nu massaal aangepast en herdrukt worden. (PS: een wijze les voor de Japanners, die in hun eigen leerboeken hun bedenkelijke historische gedrag hadden verdoezeld! De Chinezen, die in dat verband met een zwaar probleem zaten, kregen hier steun uit onverwachte hoek.) Andere Europese uitgevers hoorden ook plotseling de kassa’s rinkelen.

(10) Een 26-jarige vrouw uit Oostenrijk werd het slachtoffer van een vreselijk toeval. Haar leven nam plotseling, om zo te zeggen, een andere wending. Ze werd zelfs een BO. Kranten en magazines bestookten haar met journalisten en fotografen. Ze werd betaald voor interviews. Geen spaander van haar privéleven werd heel gelaten. Haar naam: Benedicte Ratzinger. Geen familie. Anderhalve maand na de pausverkiezing liet ze haar naam veranderen in Gitte Retsin. De rust in haar leven keerde gedeeltelijk weer.

(11) Exact een jaar na de dodelijke vloedgolf in Azië deed zich in Vaticaanstad een tsunami van vurige tongen voor. De Ratz bleef er ook in. Rookontwikkeling vormde de belangrijkste doodsoorzaak bij de 458 slachtoffers. Een omgevallen kaars in een wachthokje van de Zwitserse Wacht zou de brand hebben aangestoken. ‘Zou,’ want ondanks een zee van licht tastte men eigenlijk in het duister. 

(12) A.D. 2007 werd door de vrouwen overal ter wereld een pausin verkozen. Condoleezza Rice, nu luisterend naar de naam Barbara Johanna I, nam haar intrek in het voormalige gerestaureerde gerechtsgebouw van Phoenix, Arizona. Een gevolg hiervan was dat het oude schisma tussen orthodoxen en rooms-katholieken weer oplaaide, én er liep een nieuwe stevige breuklijn door de kerk, als een permanente rilling over de ruggengraat: de masculiene kerk wilde helemaal niets te maken hebben met de feminiene kerk. Nieuwerwetse profeten voorspelden zelfs voor de nabije toekomst een derde wereldoorlog: die zou tussen mannen en vrouwen gevoerd worden, en geleid worden vanuit de twee Vaticaansteden Rome en Phoenix.

Maar eerst moest Rome nog uit zijn as herrijzen, als een feniks.

(13) We volgen alles met argusogen. God sta ons bij.     

JORIS DENOO

Geschreven door Joris Denoo om 09:29 Stuur door

Tijd zat

TIJD ZAT

‘De tijden veranderen.’ ‘De tijd staat niet stil.’ Hela, een minuutje. Er verandert helemaal niks aan de tijd. Alleen prutst er soms eens een paus of een keizer aan de kalenders en de jaartelling. Da’s alles. Voor de rest ligt het aan ons. Tijd tikt niet. Het is het hart dat slaat. Het zijn gewoon de mensen die veranderen, zeg maar: verouderen. Dat begint al als kind. Kreukvrij ben je nooit. Met Nieuwjaar zegt je poedersuikertante dan tegen je: ‘Wat ben je groot geworden, zeg.’ Of: ‘Wat ben je gegroeid.’ Ja, je kunt eigenlijk moeilijk kleiner worden, of jonger. Jammer. Krimpvrij ben je dus ook ietwat. Maar zoveel is zeker: de tijd van nu is de tijd van toen en van straks. Wat er wel verandert, gebeurt door de ingrepen van de mensen: levensomstandigheden, kuren, pillen om niet te sterven, remedies, therapieën, opinies, regeringen, de hele reutemeteut kortom. Om de tijd te kunnen meten en er de baas over te spelen, hakken we die in mootjes, zodat we een menselijk overzicht blijven behouden: eeuwen, jaren, maanden, dagen, secondes. Maar de ruimte verandert wel, onder onze invloed. Of vanuit ons gezichtspunt. Een Chinees schoolkind leert zijn geschiedenis vanuit een ander standpunt dan het onze. (Toen ze daar al hoogontwikkeld waren, knuppelden ze hier elkaar met knotsen dood). Een middeleeuwse dorper zou nooit kunnen denken hebben dat de lucht die hij inademde ooit een probleem zou worden. De mens heeft alsmaar versnellingen aangebracht in de wereld: het vuur (rapper warm, rapper gaar, rapper veilig), het wiel (rapper vooruit), de trap (rapper naar omhoog), het geweer (rapper dood), de boekdrukkunst (rapper nieuws), de chip (rapper communicatie), ai (rapper slim). Sommige zaken zijn ‘van alle tijden’, zoals ze zeggen. De rest is pretentie. Het is pretentieus een horloge om je pols te binden en zodoende te denken dat je de tijd aan banden kunt leggen. Resultaat: ‘Ik heb geen tijd (meer)’ – ‘Het is te laat’. Welaan dan. Kome de wintertijd, de zomertijd. De enige zekerheid hierbij is: licht en donker. Daartussen: leven. Tussen geboorteschreeuw en doodsreutel situeren zich het lawaai, het wapengekletter, de facturen, de zandstormen. Veranderingen, ingrepen. Maar voor de rest blijft er riet groeien langsheen de Nijl, de Tigris en de Eufraat. Soms drijft er een mandje in, bemand door een baby: Mozes. Soms verdwaalt er een afgeschoten piloot in. Nee, de tijd tikt niet. Het is het hart dat slaat, die verdomde tikker. Tijd is alleen maar uitgevonden om te beletten dat alles tegelijkertijd gebeurt. Time? Time is always and never on our side. Zonde van elke seconde.

JORIS DENOO

Geschreven door Joris Denoo om 09:33 Stuur door

Speurneuzen

SPEURNEUZEN


Morse, Dalziel, Frost: de mannen die me anderhalf uur lang horizontaal in mijn vintage oud-Engelse sofa kunnen houden. Britse huiver op huiskamerformaat. Gelukkig hebben we dat nog, in tijden waar de kijkbuis vooral treurbuis is geworden. Deze chief-inspectors lossen in de fictieve tijd van ongeveer negentig minuten ’s mensen wandaden op. Misdaden en misdrijven. Gerechtigheid geschiedt omstreeks kwart voor elf, maar zelf komen ze er vaak geblutst en gebuild uit. Het zijn alledrie knorrige, very English, drank- of eetzuchtige detectives bij wie blijkbaar ook geen enkele vrouw van het andere geslacht het ziet zitten. Daar zit dus wat in. Met doetjes, watjes en brave zielen bouw je nu eenmaal geen thriller. De misdaad is de beste leerschool om de menselijke ziel te leren kennen. Deze ziel bevindt zich in de linkeroorlel, dat schiereilandje kippenvel vlak boven de linkerschouder. (Noot: sommige mensen hebben geen oorlellen. Anderen perforeren ze of smukken ze op met allerlei prikkelends of hangends. De meeste mensen hebben lelijke oren. Twee, in de meeste gevallen). Maar terug naar Oxford, Cornwall, Denton. Er is ook nog detective Barnaby, televisioneel al heel lang actief. Die oogt menselijker en vriendelijker dan de vroegere tv-detectives. Saaier dus. Vrouwtje, hondje, dochter. Zijn enige nadeel blijkt erin te bestaan dat hij telkens weer op huiselijke momenten zijn vrouw en dochter en glas wijn in de steek moet laten. Hij glimlacht vaak (de andere drie grimlachen), hij vergezelt vrouw en dochter bij sociaal gedoe, hij praat normaal. Alleen zijn jonge kompaan, soms een eikel, krijgt af en toe een sneer, maar die trapt dan ook voortdurend open deuren in. Nou, met mijn vier chief-inspectors heb ik al ontspannende avonden beleefd. De rest mogen ze hebben. En houden. Gelukkig is er geen kijk- en luistergeld meer. Ik betaalde niet graag voor al die randdebiele vertoningen op teevee. Ik herinner me mijn afschuw toen die smoelentrekker Marcel Vanthilt rond Nieuwjaar weer met zijn wenkbrauwend aangelaat op het scherm verscheen en overspannen glunderend als een breedsmoelkikker aankondigde: ‘Hier zijn we weer’. Of de zelfverklaarde historische slimmerik Marc Reynebeau die her en der ten tonele werd gevoerd als tegenwicht voor … nou, hij kreeg dus ooit en eindelijk zijn praatshowtje, waar niemand nog weet van heeft. Maar ik dwaal weer af, driftkikker die ik ben. Ik had het over detectives en misdaad. Misdaad loont. Terwijl ik namelijk naar de exploten van Morse, Frost, Dalziel of Barnaby kijk, word ik ondertussen niet vergiftigd en op stang gejaagd door allerlei bête tv-ego’s en dwaze programma’s of ‘formats’, zoals ze dat nu noemen. Laat ù graag bepalen hoe uw avond eruit zal zien? Ik niet.

JORIS DENOO

Geschreven door Joris Denoo om 09:12 Stuur door

Dop

DOP


Tegen gevels, palen, middenbermen, stenen muurtjes en hekkens aangeleund, zie je overal te lande wel eens eenzame wieldoppen. Ooit vormden zij een onderdeel van een groter geheel. Het zijn er waarschijnlijk nog meer dan de in de steek gelaten vakantiehonden, maar die laatste zijn opzettelijk achtergelaten. De doppen zijn afgelopen, uit de bocht gegaan, weg gekatapulteerd of geslachtofferd tegen trottoirbanden na parkeergewrik. Ik ken een wieldoppenverzamelaar die ermee gestopt is wegens te veel. Hij dateerde en nummerde de verweesde wieldoppen waar hij zich over ontfermde, maar het was niet meer bij te houden. Hij had er ook de ruimte niet meer voor; zijn nederige woning begon op een autokerkhof zonder auto’s te gelijken. Eigenlijk was hij aanvankelijk van plan er een gigantisch kunstwerk mee te construeren. Na beelden van alweer een serie weekendongevallen liet hij dat plan varen. Hij heeft zijn collectie wieldoppen verkocht aan de vereniging Anno XX. Die wenden de dingen nu aan als schilden voor de reconstructie van de Guldensporenslag, een van de vele geschiedkundige gewapende burenruzies. Hedendaagse versie: de Opels en de Volvo’s tegen de Peugots en de Renaults. Vlaanderen leeft! Vlaanderen beeft! Vlaanderen dopt! Vlaanderen freewheelt! Vlaanderen spaanderen! klinkt het nu op de zompige zomerweide. Zelf blijf ik ook gefascineerd door dergelijke doelloos rondzwervende voorwerpen in het landschap. Ze hebben iets esthetisch-industrieels, net als een pylonenlandschap langsheen de autostrade of een batterij hijskranen als je een haven nadert. Het is ook een voorwerpje waarvan je er niet graag eentje mist, omdat de symmetrie en het evenwicht van tweemaal twee dan verstoord wordt. Vooral bij een eerder nieuwe auto veroorzaakt het verlies van een wieldop scherpe pijn. Soms ontdek je dat verlies maar veel later. Als ik u was, ging ik nu toch maar even controleren in uw garage of ze er nog wel alle vier op zitten. Als dat zo is, hoeft u ze niet per se op te poetsen; morgen kan er zo eentje sneuvelen in het drukke fileverkeer van de eenentwintigste eeuw. Ze zijn echter vlot te koop in de wieldoppenwinkels. Nog enkele uitdrukkingen om te besluiten: zijn auto van dop tot teen controleren, de nagel op de dop slaan, vier wieldoppen zijn nog geen Saab. Vanwege een autotoerist.


JORIS DENOO

Geschreven door Joris Denoo om 09:21 Stuur door

Eet God vet?

EET GOD VET?


‘Mag ik vijf van die kippenboutjes op een pen alstublieft.’ ‘Is het om mee te nemen?’ ‘Nee, ik eet die hier op. En ook nog een cola graag.’ ‘Zijt u geïnteresseerd in theologie, meneer?’ ‘Pardon?’ Ik had de frietbaas niet goed verstaan door al dat gesis van vet. ‘Theologie, of u geïnteresseerd zijt.’ ‘Eigenlijk niet,’ antwoordde ik verbaasd en hongerig. ‘Dat is mijn compartiment niet. Ik heb honger.’ Potverhippeltjes, zo’n prachtige frietkathedraal met zo’n onderdeurtje erin. Ik bekeek hem scherper. Hij was niet kleiner dan een pygmee. Hij duwde op de knoppen van een van de drie magnetrons die voor hem uit torenden en mikte er ergens de kippenboutjes in. Het leven op aarde was duidelijk al flink geautomatiseerd. ‘Voila, uw cola. Wat vindt u daarvan: iedere professor theologie belijdt toch zijn eigen geloof? Hoe kunnen ze dan in ’s hemelsnaam subjectief … eh, objectief oordelen?’ ‘Potverdorie,’ dacht ik. Het kwam uit de grond van mijn hart. En ik sprak: ‘Ik zou dat niet weten, verdorie.’ ‘Ik ga binnenkort een cursus theologie volgen,’ vervolgde de man. Ik sleurde verwoed aan het treklipje van mijn koele cola en zette de pul aan mijn mond. Mijn borst en mijn tenen stroomden vol met iets ijzigs. ‘Ah ja?’ ‘Ja, niet voor de poes, hoor. Soms komt er hier een jonge kerel friet kopen. Die gaat er in oktober ook aan beginnen, maar hij weet niet wat hij doet.’ ‘O nee?’ ‘Nee, te jong. Ik ben er vijfenveertig. Ik kan met leven en dood omgaan.’ ‘Tja, ik ben er eenenvijftig, en ik rammel van de honger.’ Mompelend voegde ik eraan toe: ‘Ik wist niet dat heiligen ook frieten eten.’ ‘Hoeveel mensen op deze wereld zouden er echt gelukkig zijn?’ vroeg de kerel me nu uitdrukkelijk. ‘Servet?’ ‘Ja, merci, dat ik het begot niet zou weten.’ Ping! Ping! Mijn kippenonderdelen waren klaar. Ik ruilde wat geld voor wat vlees. ‘Voila, meneer, smakelijk. Merci.’ Ik zette mijn tanden in het pluimvee en schudde de vleespen even heen en weer, zoals een krokodil met haar buit doet. ‘Alle godsdiensten zijn eigenlijk een en dezelfde,’ zei de frietbaas, ‘het huis van Maria bijvoorbeeld bevindt zich in Turkije. Weinigen weten dat.’ Ik knikte, at en dronk. ‘Er zou minder oorlog zijn mochten ze dat weten.’ Ik werkte vreugdeloos de boutjes naar binnen en stuurde er een hink-stap-slok cola achter aan. Ook dat was weer volbracht: het voeden, het drenken van het lijf. Gelukkig bedreef niet iedereen theologie, anders zouden er geen frietketen meer zijn. Dus zei ik dankbaar: ‘Zo.’ Voldaan mikte ik de pul, het servet, de pen en het kartonnen bord in de vuilnisbak. Een mens maakt altijd meer afval dan hij aangekocht heeft. ‘Theologie?’ vroeg ik, me omdraaiend. Een opwelling van begrip, na voedertijd. De man was onzichtbaar geworden. Een mirakel. ‘Goeienavond,’ zei ik tegen niemand. Een walm van frietvet en heiligheid woei met me mee in de stille avond.

JORIS DENOO

Geschreven door Joris Denoo om 09:13 Stuur door

Bring in the kloons

BRING IN THE KLOONS


Zouden er, pakweg in de middeleeuwen, of in de Grieks-Romeinse tijd bijvoorbeeld, mensen geweest zijn met een identiek gezicht als het onze, het uwe, het jouwe, het mijne, het hare, het zijne? De schepper van hemel en aarde kan toch niet altijd opnieuw verse modellen uitvinden en ovenwarme nieuwe smoeltjes kneden die dan ook nog eens naar zijn evenbeeld zijn geschapen? Zo ben ik misschien ook een veldrijder: iemand had mij ooit op een grijze zondag in de duinen van Koksijde zien veldrijden, terwijl ik eigenlijk gewoon thuis zondags lag te zijn, lezend in James Joyce’s Ulysses. Die zandfietser droeg allicht hetzelfde gelaat voor zich uit als mijn mombakkes. Het dubbelgangerschap slaat veelvuldig toe. Ook dubbelgangsters komen vaak voor. Het schijnt dat iedereen zes ‘lookalikes’ heeft op deze wereld. Zou koningin Fabiola een dubbelgangster gehad hebben, in de middeleeuwen bijvoorbeeld? Ook zo’n antieke dame met gebeeldhouwd kapsel, groot genoeg om getroffen te worden door een verdwaalde vogel die er, dagenlang beduusd, dan toch maar in blijft wonen omwille van de ruimte? Doen spiegelbeelden van Hitler, Stalin, Nero, Pol Pot, Bush, Trump en Franco iets aan hun aangelaat? Is het een voordeel een bakkes als Brad Pitt te hebben of is dat maar bad pritt die slecht kleeft en te lang blijft plakken als het niet langer wenselijk is? Was ik vroeger een Arabier of doodgewoon een Vlaams streekbier? Een Londense inbreker liet ooit zijn gigantische zeiloren afzetten en vervangen door kleinere oortjes, besteld en uitgevoerd op de afdeling plastische chirurgie. De politie vatte hem namelijk telkens te vlug bij de lurven, ook al oefende hij zijn beroep uit met een kous over zijn kop. Wee echter zijn nageslacht. En o ja: het schaap Dolly is dood. Het eerste gekloonde volwassen zoogdier. Geschrokken van haar spiegelbeeld haalde ze zich het pleuris op haar hals. Arm schaap. Wol wil wandelen, nietwaar. Bijvoorbeeld naar het schapenhiernamaals. A propos: op de BBC toonden ze de reconstructie van Jezus Christus’ gezicht. Echt wel een migrant hoor, als je het met onze ogen bekijkt. Hij kreeg trouwens ook geen asiel in de herberg toen hij geboren was. En wat te denken van baasjes die op hun huisdier gaan gelijken? Mijn poedersuikertante heeft een goudvis. Ikzelf hielp jarenlang een kieken kweken: Patricia. Soms hebben wij een groene puit aan ons vijverwatertje: Bernard Massard. Als ik echter zelf al op een beest wil gelijken, dan het liefst op een of andere vertegenwoordiger van de Houyhnmhnms: de paarden uit Gullivers Reizen die knapper zijn dan de mensen. Ik hoor ook veel liever gehinnik dan interviews met politici. En gekwaak van BV’s zap ik alleszins als de vliegende spetter weg.

JORIS DENOO

Geschreven door Joris Denoo om 08:53 Stuur door

VV's

VV’s

In een tijdspanne van zes maanden laten inwoners uit Tokio driehonderdduizend paraplu’s ergens achter. Blijkbaar is een paraplu voor een Japanner waardeloos. In een stadje in Alabama verkoopt een firma de duizenden verloren voorwerpen die in vliegtuigen teruggevonden werden, maar nooit opgehaald door hun eigenaar. Volgens een vindkundige is een voorwerp nooit verloren, alleen een tijdlang ‘uit het zicht’ van de bezitter, ‘niet meer in de bekende leefomgeving’. Het schijnt bovendien dat zo’n V(erloren) V(oorwerp) nooit echt ver weg is, al heb ik daar persoonlijk mijn bedenkingen bij, want ooit liet onze dochter een peperduur fotoapparaat in de prachtstad Praag achter, ver weg dus. Mijn eigen nepgouden aansteker uit de tijd dat ik nog rook in mijn longen zoog, is zeker weten ergens in het wondermooie Italië aan te treffen. Ook in Las Vegas stapelen zich, in de hotels, de Verloren Voorwerpen op. (Natuurlijk ook veelvoudig in de casino’s: zuurverdiende centen, met name). Het grappige ginder is dat veel van die dingen nooit meer geclaimd worden, want het blijkt dat nogal wat mensen incognito en zonder medeweten van hun partner het gokstadje een bezoek brengen. Wat niet weet, wat niet deert. Tot in de jaren dertig en veertig van de vorige eeuw verschenen er in bepaalde magazines nog lijsten met namen van Missing Persons uit de Eerste Wereldoorlog. Het is niet voor niets dat de meest aangesproken heilige, de heer Antonius is. Hij is bijzonder populair. Zelf heeft hij ook veel van zijn hoofdhaar verloren. Nog BVV’s (Bekende Verloren Voorwerpen): de Graal, de doornenkroon van de man-an-de-lat Jezus Christus, een stuk van het Lam Gods, de Stenen Tafelen, de Ark des Verbonds, het Nazigoud, het Paard van Troje, Osama bin Laden een tijdlang en vele Sabenamiljarden. Ook de kruisvaarders probeerden via de herovering van het Heilig Land een voorwerp terug te bemachtigen: een stuk van het Heilig Kruis. Zo wilden ze vergiffenis bekomen voor hun vele zonden. Dat was ze beloofd. (En zondigen hadden ze gedaan, lees er maar de biografie van Richard Leeuwenhart op na!) Er zijn ook Bekende Gevonden Voorwerpen: de Rollen van de Dode Zee, het dagboek van Anne Frank en ongeveer alles wat van onder het zand in Egypte komt. Maar naar de officiële oude wereldwonderen (een stuk of zeven) moet u niet meer uitkijken. De meeste hebben hun tijd gehad. Jammer dat niet meer tv-BV’s gewoon VV’s worden, zodat we van hun Bekende Bekendheid verlost zijn. Zo doet het de ronde dat Bart Steeno een verkoudheid heeft, maar dat hij zijn zakdoek niet meer vindt. Waar gaat dat toch allemaal eindigen?!

JORIS DENOO

Geschreven door Joris Denoo om 08:56 Stuur door

Marjetje Sovjetje

MARJETJE SOVJETJE


Na de stoutekinderenworp (december), driekoningenpesten (januari) en de kerstboomverbranding (januari) is binnenkort ook alweer de paaseierensmelting achter de rug, ideale gelegenheid om kinderen nog eens te pesten. Ook de 1 meiviering komt er dan aan. De tijd gaat vlug; tijd is geld. Ik heb tijdens deze periode van gezellige voorjaarsstormen en preluderend gedoe omtrent de voorjaarsklassiekers ook weer Vrouwtje Miserie gezien. Gekromd als een vraagteken sjokte ze door het woud van Torhouthulst, een stadje van eierboerpraatjes en koektrommelplaatjes in kreupel-Houtland, terwijl een storm ongenadig de boomkruinen ranselde en dikke gevorkte takken door het zwerk zwierde. Zelf zeulde ze een grote bos hout op haar rug mee. De boze wind rukte aan haar zwarte Hongaarse hoofddoek, waaronder ze een klein rood Russisch mutsje droeg. Haar echte naam was eigenlijk Marjetje Sovjetje. Ze was altijd al een soort Oostblokroodkapje in het Houtland geweest. Marjetje Sovjetje begon haar carrière als majoretje met kruidnagelbruine krullen, witte laarsjes en gespierde zonnebankbenen. 1 mei was elk jaar weer een hoogdag voor haar. Dan gooide ze telkens weer haar stokje in de lucht, dat ze daarna telkens ook weer opving. Daarna werd ze militant turnverenigster, waarbij ze vaak zichzelf de lucht in buitelde of over het asfalt koprolde. 1 mei bleef een hoogdag voor haar. Vervolgens (na een conflict met een turnzak – een slechte leraar gymnastiek) werd ze studentenactiviste, gestraalde studente, bisstudente, studente-af, vakbondster, stakingsleidster. Ze ijverde voor gratis busvervoer in de stad, lagere parkeertarieven en allerlei van dat rood fraais. Zo verzette ze zich ook hevig tegen de priorpostzegels en de fiscale amnestie. Even was ze getrouwd met Bismarck, die eigenlijk Marc heette, soms ook bijgenaamd Kortemark, omdat hij uit Kortemark kwam en niet zo groot was. Marc had al zijn jaren aan de universiteit tweemaal gedaan, om het goed te kunnen. Vandaar ook: Bismarck. Dat huwelijksbootje strandde echter, door interne politieke geschillen en vleselijke badscènes. Marjetje Sovjetje, ijverend om alles wat openbaar was gratis te maken, werd op 1 mei van vorig jaar door zo’n gratis bus overreden, ergens te lande in het kreupel-Houtland godbetert. Marjetje Sovjetje, een republiekje op zichzelf, vond totaal verhakkeld de dood. Inmiddels is haar de Stevaert-medaille postuum toegekend. Op die zilveren medaille staan een duim en een wijsvinger die over elkaar wrijven: het geluidloze strijkorkestje van de arme. Door dit gebaar is een schuine streep getrokken. De medaille werd overhandigd aan haar ex Bismarck, alias Kortemark, bij gebrek aan familie, want de Sovjetjes en hun satellietjes waren allemaal al uitgestorven. Nee, Marjetje Sovjetje zal er deze nieuwe lente niet meer bij zijn. Dat was nochtans eens een berin!

JORIS DENOO

Geschreven door Joris Denoo om 09:14 Stuur door

Paus

PAUS

Net toen ik met mijn motorboot Kaap De Goede Hoop aan het ronden was, kwam de oudste paus ter wereld mij ook tegemoet, vanuit omgekeerde richting, ook welvarend. ‘Dag meneer de paus,’ begroette ik hem hartelijk doch beleefd. Hij lichtte even zijn pauspetje op. Dat was witter dan wit, want hij was met vakantie en hij gebruikte ook dat bepaald soort waspoeder. Hij lichtte dus, om kort te vertellen, zijn verblindend witte petje op en sprak in een soort van latijnachtig Pools dialect tot mij: ‘Dag Joris. Hoe vaart gij heden?’ ‘Ik vaar wel ende leef schoon, o paus,’ wedervoer ik. ‘En ik dank u om deze vraag tot mij te richten.’ We legden onze motoren even het zwijgen op. ‘En gij, o opperste der kerkheren?’ verstoutte ik me op mijn beurt te vragen. ‘Ik moet er even uit, meneer Denoo. Ik … ‘ ‘Zeg maar weer Joris, Johannes-Paulus.’ ‘Eh … ik moet er even uit, Joris. Suid-Afrika leek me zo … zo apart.’ ‘Inderdaad, een mooi landje, voorwaar. Het bengelt zo gezellig onderaan het Zwarte Continent, waar wellicht de beenderen der eerste mensachtigen zijn aangetroffen. Een goede keuze, kerkvader.’ ‘Ach, ik heb me weer door de rook laten leiden. Bij de laatste barbecue in Vaticaanstad merkte ik dat de witte rook boven de witte pensen deze richting uit dreef. Dat gaf de doorslag. Toen dacht ik: ‘Daarnaartoe, paapje.’ ‘En dan nog wel met de boot, Heilige Vader?’ ‘Precies. Ik kan niet achterblijven bij de sint, nietwaar. Of bij de bootvluchtelingen. Ik was ook het pausmobiel wat beu. Te warm achter dat glas. Onvoldoende vering. Overal klamme hand- en tongafdrukken. Nee, mijn motorboot is mijn vrijheid.’ ‘Idem wat mij betreft,’ beaamde ik, ‘allez, ik bedoel: alleen de boot hé, Johannes-Paulus.’ ‘Zeg maar Jean-Pol.’ ‘Jean-Pol.’ De paus lichtte zijn vakantiepetje andermaal even op en veegde er zich het zweet van zijn voorhoofd mee af. Daarna mikte hij het weer op zijn schedel. ‘Ik heb nog een boodschap voor uw Belgische lotgenoten,’ sprak hij dan. ‘Deze woonachtigen in dat druilerige driehoekje.’ ‘Landgenoten, niet lotgenoten, o baas der bisschoppen en keizer aller kanunniken,’ verbeterde ik hem. ‘Maar dat is hetzelfde,’ antwoordde de paus met een beslistheid in zijn stem die me toch even deed opkijken. ‘Dewelke is uw boodschap?’ waagde ik het te vragen. De Heilige Vader pakte zijn staf beet en met de krul ervan manoeuvreerde hij nonchalant een handgreep naar omlaag. Met een brul schoot de motor op gang. ‘Bedank uw landgenoten voor de bloemen!’ riep de kerkvorst dan. ‘Maar laat het een volgende keer eens geen tulpen zijn! Verras me!’ En hij stoof weg in Urbi & Orbi, zijn wit-gele motorboot, om Kaap De Goede Hoop heen, een spoor van schuim nalatend. Als van de hand Gods geslagen bleef ik ter plekke achter. Wat een paus!

JORIS DENOO

Geschreven door Joris Denoo om 09:27 Stuur door

De hee en de haa

DE HEE EN DE HAA    
             

Hoedenavond, provinciehugenoten uit mijn lage streek in West-Vlaanderen. Heeft u al gehoord van de haa-naar-omhoog en de hee-naar-beneden? De gele dag al spookt die vraag door mijn hoofd. ‘Ja maar: moet het nu met een haa-naar-omhoog of schrijf ik het met een hee-naar-beneden? (ofte: omlaag). Ik lach me te pletter bij dergelijke kwesties. Het slachtoffer herstelt zich dan, maar vervalt alweer in een ander euvel: al zijn haa-naar-omhoogs worden plotseling diep in de keel halfzacht in de boter gewenteld, en al zijn hee-naar-omlaags (ofte: benedens) worden in overdadig geschraap geflambeerd. Hij begint dan plotseling als een Hollander te spreken die te veel Dixmuudsche boerenboter op zijn kop heeft. Is me dat toch een alomtegenwoordig griepje! Nu, erg is het niet: er bestaan remedies tegen. Frans spreken bijvoorbeeld. Of Engels. Of niet spreken. En de Antwerpenaren, Oost-Vlamingen, Limbo’s en Brabanders hebben ook hun afschuwelijkheden. Die zijn dan nog gewoonlijk in de waan dat ze officieel Nederlands babbelen. Ze gebben heen helijk!! Het West-Vlaams is het ‘verste’, het ‘oudste’ en het ‘waterachtigste’ dialect. Het scheelde verdorie geen haar of het werd de voertaal, toen Brugge economisch hoogtij vierde. Jammer dat de haven van Brugge verzandde: het zand verzwond, het zwin verzandde. Misschien komt het door deze aanslibbing dat ook de hee’s en de haa’s een heel apart wildwestelijk leven zijn gaan leiden. Maar de laatste jaren boert Brugge-aan-de-Zee verre van slecht. Er is weer hoop voor de hasj en de zjee. Heert Goste moet zich vooralsnog heen zorgen maken. Het West-Vlaams ligt tamelijk goed in de markt: vette e’s die als drassige weiden met een huigplof word’n afgeslot’n, zodat ze niet uit hun omheining ontsnapp’n, sk’tjes die klinken als het klappen van zwepen en lasso’s van ondernemende cowboys, o’s die als donkere modder in een betonmolen hun rondjes baggeren. O ja, begrijp me niet verkeerd: ik hoor heel graag mijn dialect. Niemand als wij kan de haa’s naar omhoog doen gaan en de hee’s naar beneden. We maken er soms ook een tekeningetje bij: een haastige luchtkrabbel die op een zwijnenstaart gelijkt.

JORIS DENOO

Geschreven door Joris Denoo om 00:00 Stuur door

Handen omhoog!

HANDEN OMHOOG!                     

Geld bestaat niet. Het is uit de lucht gegrepen. Iedereen ontkent het bestaan ervan. Zo worden bij elke overval de handen symbolisch omhoog geheven. Overal ter wereld. Geld heeft wel een kleur: die van de spijt waarmee afgedokt en de gretigheid waarmee ontvangen wordt. Slijmgroen dus, en gespikkeld. Geld wil altijd het huis uit. Overal langs de weg staan vriendelijke wisselagenten. Ze wrijven zich in de handen en tuiten hun lippen. Hun gelach wordt door anderen betaald. Dieren hebben geen geld. Geld onderscheidt de mens van het dier en de onmens van de mens. Daarom ook kunnen baby’s geen dieren worden genoemd: van soms in de baarmoeder al hebben ze een spaarrekeningetje. Is geld dus belangrijk? Ja hoor, anders ben je een beest. Geld moet circuleren zoals op de renbaan of de achtbaan. Geld zou vlugger de ronde moeten doen. Iedereen wil het aan zijn neus voorbij zien gaan. Vroeger blonk alles. Wie geld had, bleef geld hebben. Wie er geen had, kon er aan geen geraken. Nu is er overal beweeglijkheid. Piepjonge ondernemers in te ruime apenpakjes in te grote fauteuils zitten zelden stil. Geld zweeft tussen hart en kont, zoals de doodskist van Mohammed tussen hemel en aarde. Geld plant zichzelf voort, in dezelfde families. Niet erg gezond is dat. Je krijgt er ezeloren van, en een zeer wazige blik. Geld is dubbelzinnig. ‘Iets aan te geven?’ vroeg de douanier aan de zondagsschilder op terugreis van een buitenlandje. ‘Iets van onschatbare waarde,’ antwoordde de schilder. Prompt werd het wagentje van de arme konterfeiter naar de pechstrook geloodst. Neem nu Van Gogh, de beste langetermijnbelegger aller tijden: vrijwel de enige Hollander voor wie geld geen rol speelde. Of een zeer kwalijke. Geld: het stinkt als de ziekte, het schiet vormloos over, het is bezinksel, men glijdt erin uit, men struikelt erover, het heeft de kleuren van vallen en pijn, men verzinkt en verzuipt erin: geld is het slijk der aarde. Alleen de varkens wroeten erin rond. Geld verricht ook een mirakel. Het zendt mensen door simpele handoplegging wandelen: de gouden handdruk. Geld groeit, en herkent op den duur zichzelf niet meer. Als het heel groot is geworden, krijgt het koorts: het wil meer en andere gelden om te genezen en te groeien. Of het valt uiteen in brokstukken om verder op kleine schaal zacht ziek te zijn. Dan herkent het zichzelf weer. Op je tellen passen, maat! Voor je het beseft, ben je uitgeteld.

JORIS DENOO

Geschreven door Joris Denoo om 00:00 Stuur door

Meer van SCHUINE TEKSTEN

↑ Terug naar de berichten