

bel air 1958
In 1958 werden de modellen van Chevrolet breder, langer en zwaarder dan hun voorgangers uit 1957. Nog steeds behoorden de Bel Airs tot Chevrolets topmodellen, op de voet gevolgd door de hernoemde Chevrolet Biscayne (voorheen de 210) en de Chevrolet Delray (voorheen de 150). Chevrolets design deed het beter op de markt dan zijn "broers" bij General Motors en had niet de overvloed aan chroom, zoals op de Pontiacs, Oldsmobiles, Buicks en Cadillacs. De voorzijde kreeg een brede grille en vier koplampen, de achterkant aan beide zijden een naar binnen toelopende uitsparing met dubbele achterlichten.
Aan de Bel Airs werd in 1958 een speciaal model toegevoegd dat diende als promotiemiddel voor de overige modellen, namelijk de Chevrolet Impala. Autoproductiebedrijven ontwerpen dit soort modellen, voornamelijk luxe- of sporttypes, in de hoop dat klanten naar de dealer gaan om het te zien, en uiteindelijk een praktischer voertuig van hetzelfde merk aanschaffen. In zijn introductiejaar was de Impala enkel verkrijgbaar was als hardtop coupé en cabriolet. Het ontwerp volgde de basislijnen van de overige Chevrolet-modellen, maar had ook speciale kenmerken zoals een andere dakvorm, een ventilatiegat boven de achterruit, unieke sierstrippen en zes achterlichten: drie per zijde.
Amerikaanse autobezitters verkozen Chevrolet in 1958 tot het beste automerk, een titel die in het jaar ervoor nog Ford toebehoorde, en de Bel Air was Chevrolets populairste model.






















