Lancia D-50 Ferrari 1956

Lancia D-50 Ferrari 1956De Lancia’s Sport D20, D23, D24 en D25 krijgen eind 1953 gezelschap van de D50-racewagen voor de Formule 1: een monoposto met enkele voor die tijd unieke constructies.
Zo is de achtcilinder V-motor schuin in het chassis gemonteerd, waardoor de cardanas links naast de coureur en niet onder zijn stoel door naar achteren loopt. Deze oplossing maakt het mogelijk om in vergelijking met de concurrenten een aanzienlijk lager zwaartepunt te realiseren.
Zowel de motor als de dwars achter de achteras gemonteerde transmissiegroep vormt een integraal onderdeel van het chassis. Deze constructie – die later door andere fabrikanten wordt overgenomen – is niet alleen gewichtsbesparend, maar draagt ook bij tot een grotere sterkte en stijfheid van het chassis.
De brandstofvoorraad is verdeeld over drie tanks: twee hoofdtanks aan de zijkanten van de wagen en een derde, kleinere tank achterin, ter hoogte van de schouders van de coureur.





















