Nachtvorst
Ik mis
het licht, nu
de dagen korten, en
mijn nachten
bevriezen
zonder jouw warmte
om mij heen
dringt winter in
deze ziel, waar
langs je adem
enkel en alleen
gekristalliseerde liefde
ijsbloemen bloeit.
Stoffelijk
De tijd roept-
buigzaam
is hij niet, en
dood struint
alledaags
door stad en land
zaait besef, dat
elk kloppend hart
in zijn handen
tot stof vergaat.
Stille verwachting
Opgelucht ademt
de verrijzende ziel, in
stille verwachting van
het licht.
Verleden tijd
Stukken liefde,
gebroken uit
een bloedend hart;
knagen leegte in
de ziel
zinken op
diepe gronden van
alleenzijnheid;
verankeren in het besef-
wat ooit was, is nu
verleden tijd.
Dringen naar morgen
Letters kussen zacht, wat
ook deze nacht
niet helen kon, en
ik voel een drang naar
het eeuwige verder van
morgen.
Constante
Onstuimig is
het water, want
langs vloedlijnen
loopt dit leven, in
resoluut op en neer
schuimen talloze golven-
constante wissel van
getijden, met tussenin
slechts de zee
en ik.
Het geopenbaarde
En mijn ogen zagen
de waarheid achter
geschreven woorden
letterdansend uit
dit overvolle hart, als
absolute openbaring van
een eigen kern.
Omwegen
Vrij zijn
de gedachten,
op dichterlijke paden-
omwegen, die
leiden naar ontdekking van
je eigen
ik.
Oorverdovend
Hoe oorverdovend
kan stilte soms zijn
in de mens-
schreeuwende geluidloosheid, die
verdriet echoot door
een geketende ziel, die niet
meer ademen kan, omdat
zelfs longen buigen
onder drukkende last van
het jarenlange zwijgen.
Breinmerken
Kortzichtige breinen
strooien zout in
open wonden van
onze mensheid, waar
mijn tranen slechts
la…
Breinmerken
Kortzichtige breinen
strooien zout in
open wonden van
onze mensheid, waar
mijn tranen slechts
lachwekkend prikken-
zolang kwaad door
deze wereld gaat
het geloof in
jezelf
amper nog
volstaat.
Achromatisch
Vervlogen gisteren
tevergeefs
vasthouden, en toch
binden roze beslagen glazen
een kleurloos vandaag
aan het morgen van
de tijd.
© Littledolphin
Themadichterij maand oktober
"Roze bril"
Uilenbalmagie
Alleen
de oehoe
is mij welgezind, waar
eenzaamheid
leegte sneeuwt in
een koud bestaan,
rijg ik
zijn uitgespuwde
lentebroed
hoopvol aan elkaar,
tere botjes op
zilveren koord, met
ineengeweven wensen;
uilenbraaksel, als
voorbode van
puur geluk,
bezweer mezelf
vannacht
mijn levenszomer
weer terug.
Zaterdag 6 september 2008
Amanita mandala
Dansende paddestoelen
van rood naar
bont,
strooit de herfst
mystiek
in het rond.
Zaterdag 6 september 2008
Gebogen Salix
En de wilgen
buigen diep,
treurend al
een herfst, over
donkere wateren
hun tranenvloed, waar
deze zomer
stervend nu verzinkt,
in zijn laatste
gloed.
Zaterdag 6 september 2008
Herfstelijk sterven
Frappant
dat tijdens
deze jaargetijde
mijn heengaan opnieuw
begint; zoals
elk jaar, als
ik aan jou denk;
weemoedig dit zijn
zich ledigt
van rouw in boomtakken, waar
bladeren als
rouwfloersen
langzaam dwarrelend
ten gronde vallen, en
een wenend aangezicht
verhullen; maar
bosgeesten buigen genadig
troost over
die smartende ziel, slechts
met het weten-
ook herfststerven gaat
voorbij,
spoedig mag
de lente weer
in dof geworden ogen
bloeien.
Zaterdag 6 september 2008
Ontkleedde waarheid
En de ochtend
zal waarheid ontkleden,
vanuit
een nachtelijke stilte
geschapen illusies-
droombeelden, die
vervliegen in
opkomend morgenlicht;
omdat ik dan
naast eenzaamheid
wakker ga worden, met slechts
realisatie, dat
ook jij
niet te verwezenlijken
was.
Zaterdag 6 september 2008
Smurfachtige morgen
Goede morgen
lieve mensen,
de dichtersmurf ontwaakt, en
brengt zijn beste wensen;
schrijft fanatiek
deze eerste ochtendgroet,
uitgerust met
goede moed;
wenst jullie ook
een fijne dag, opdat
slechts beste inspiratie
bloeien mag!
Goede morgen iedereen.
Zaterdag 6 september 2008
Fluisterende boomgeesten
Nevel trekt
zijn zilveren koorden
over stad en land
zingt geheimzinnig
aloude liederen, in
een herfstelijk kleed
fluisteren boomgeesten al
des zomer's sterven-
houden laatste bladeren
hoopvol vast, daar
der takken dagen
niet meer lengen
verdrietig buigen, en
hun laatste groeten
kalend aan ons
brengen.
Zaterdag 6 september 2008
Schaamteloze herfst
Schaamteloos
een herfst, die
de natuur
van dag tot dag
steeds meer
ontkleedt.